Vaste kuil, minder broei: meer melk uit eigen ruwvoer
Bij het inkuilen van gras en maïs is een hoge dichtheid belangrijk omdat er dan zo weinig mogelijk zuurstof in de kuil achterblijft. Zuurstof zorgt ongewenste voor broei, schimmelvorming en ongewenste bacteriën. Daardoor gaan voedingsstoffen verloren, zoals energie en eiwit. Een goed aangereden en luchtdicht afgesloten kuil bewaart het voer beter en beperkt de bewaarverliezen.
Minder bewaarverliezen betekent dat meer van de geoogste voedingswaarde beschikbaar blijft voor het melkvee. Het ruwvoer bevat dan meer energie en is smakelijker, waardoor koeien er meer melk uit kunnen produceren. Hierdoor is minder aankoop van krachtvoer nodig.
Dat zie je terug in de KringloopWijzer:
- een hogere benutting van eigen ruwvoer
- mee melkproductie van eigen land
- een betere voerefficiëntie

Hoe meet je de dichtheid van zo’n kuil
De dichtheid van een kuil meet je meestal in kilogram droge stof per kubieke meter (kg ds/m³). Daarmee bepaal je hoe stevig het gras of de maïs is aangereden en hoeveel lucht er nog in zit.
Hoe wordt de dichtheid gemeten?
Met een steekboor of kuilboor is de meest gebruikte methode. Je neemt een monster uit de kuilwand met een speciale boor:
- Boor een bekende hoeveelheid kuilvoer uit de wand
- Weeg het monster
- Bepaal het droge stofpercentage
- Bereken hoeveel kg droge stof er per m³ kuil aanwezig is.
Formule: Dichtheid = kg droge stof gedeeld door m3
Richtwaarden voor een goede kuildichtheid
- Graskuil: ongeveer 220 kg ds/m³
- Maïskuil (Maïs laat zich meestal beter verdichten dan gras): ongeveer 260 kg ds/m³
Voederwaarde analyse – dichtheid
Op de uitslag van het laboratorium die de voederwaardeanalyse heeft uitgevoerd staat ook de dichtheid van de kuil vermeld. Dit is een gemiddelde waarde, gemeten in de kern van de kuil. Juist in de toplagen en de schouders van de kuil komt vaak de meeste broei voor, omdat daar gemakkelijker lucht kan binnendringen. Door ook op deze plekken een kuilboormonster te nemen, krijg je een beter beeld van de dichtheid in de broeigevoelige delen van de kuil. Zo kun je beoordelen of de kuil overal voldoende is aangereden en afgesloten. Een lagere dichtheid in deze zones verhoogt de kans op broei, schimmelvorming en bewaarverliezen.

Over de KringloopWijzer
De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.