Leren van praktijkervaringen: hoe Kees Jan van Wijk stuurt op bodem, mest en efficiëntie
Op veel melkveebedrijven op kleigrond veranderde de afgelopen jaren veel. Minder plaatsingsruimte, strengere regels rondom stikstof en mest, stijgende kosten en tegelijk de wens om technisch sterk te blijven presteren. Juist daarom is het interessant om te kijken naar bedrijven die hier al enkele jaren intensief mee bezig zijn.
Het bedrijf van Kees Jan van Wijk in Waardenburg is daar een goed voorbeeld van. Binnen het project Koeien & Kansen werkt hij samen met onderzoekers en adviseurs aan een bedrijfsvoering zonder derogatie, met veel aandacht voor ammoniakreductie, efficiënt mineralengebruik en behoud van bodemvruchtbaarheid.
Wat tijdens de begeleiding vooral opvalt, is de manier waarop Kees Jan blijft schakelen. Hij blijft niet hangen in wat niet meer kan, maar zoekt continu naar mogelijkheden. Dat zie je terug in de manier waarop hij rekent, plant en bijstuurt. Ook in zijn plannen richting 2026 komt die aanpak duidelijk naar voren. Kees Jan anticipeert op nieuwe omstandigheden, blijft kansen zien en stuurt tegelijk scherp op cijfers en resultaten.
Voor melkveehouders op kleigrond zitten daar een aantal interessante lessen in.
Scherper management zonder derogatie
Eén van de belangrijkste lessen is dat werken zonder derogatie vooral vraagt om veel scherper management. Tot en met 2022 kon op het bedrijf nog ruim 300 kilo stikstof uit dierlijke mest benutten via de bedrijfsspecifieke normering. Inmiddels geldt de grens van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare.
Dat betekent dat ieder onderdeel van de bedrijfsvoering belangrijker wordt: mestverdeling, mestafvoer, timing van bemesten, rantsoensamenstelling en opbrengst van eigen ruwvoer. Op het bedrijf van Van Wijk wordt daarom veel intensiever gestuurd op actuele cijfers dan voorheen. Gedurende het jaar werken ze actief gewerkt met prognoses vanuit de KringloopWijzer om eerder te kunnen bijsturen. Dat vraagt tijd en discipline, maar geeft wel veel meer grip op de uiteindelijke resultaten.
Beweiding als belangrijke stuurmaatregel
Ook beweiding blijkt een belangrijke knop om aan te draaien. In de praktijk zien we dat meer weidegang helpt om de ammoniakemissie te verlagen. In jaren met meer beweiding lag de brekende emissie lager. Daarom blijft het streven op dit bedrijf om jaarlijks minimaal 1.500 uur te weiden. Voor veel melkveebedrijven op kleigrond is dat interessant, omdat beweiding niet alleen voordelen biedt voor emissiereductie, maar ook aansluit bij doelen binnen het GLB.
Meer aandacht voor bodemvruchtbaarheid
Tegelijkertijd merken we in de praktijk dat de discussie op steeds meer bedrijven verschuift van alleen stikstof naar bodemvruchtbaarheid. Dat geldt zeker ook voor het bedrijf van Kees Jan. Een groot deel van zijn gronden is fosfaatfixerend, terwijl de ruimte voor fosfaatbemesting beperkt is. Juist op kleigrond kan dat op langere termijn spanning geven op opbrengst en bodemkwaliteit.
Daarom besteedt Kees Jan op zijn bedrijf veel aandacht aan de benutting van organische mest. Een praktisch voorbeeld daarvan is het verdunnen van mest met water. Op het bedrijf werken ze richting een verhouding van ongeveer één deel mest op één deel water om de benutting van nutriënten te verbeteren. Zeker in droge perioden kan dit helpen om de werking van meststoffen te verbeteren en verliezen te beperken.
Sturen op eiwit en benutting van eigen ruwvoer
Daarnaast stuurt Kees Jan sterk op het ruw eiwitgehalte in het rantsoen. Het doel ligt rond de 150 gram ruw eiwit, waarbij regelmatig gerekend wordt met actuele ruwvoeranalyses. Opvallend daarbij is dat lagere RE-gehalten prima samengaan met goede technische resultaten. De afgelopen periode lagen de ureumwaarden veelal tussen de 12 en 17, terwijl melkproductie en gehalten goed bleven. Dat laat zien dat op veel bedrijven nog winst te behalen valt met nauwkeuriger voeren en een betere benutting van eigen ruwvoer.
Vooruitkijken naar nieuwe stal- en mestconcepten
De ondernemer van dit bedrijf blijft nadrukkelijk vooruitkijken en onderzoekt toekomstige stal- en mestconcepten. Er liggen plannen voor nieuwbouw waarbij niet alleen gekeken wordt naar arbeidsgemak en dierwelzijn, maar juist ook naar ammoniakreductie en mineralenmanagement. Daarbij worden technieken onderzocht zoals mestscheiding, meststrippen en mogelijk systemen als de Lely Sphere of CowToilet.
Niet alles werkt daarbij direct perfect. Zo functioneert de aanwezige meststripper nog niet zoals gehoopt en zijn verder verbeterstappen nodig.
Integraal management als sleutel
De belangrijkste conclusie die wij trekken uit de ervaringen van dit bedrijf, is dat toekomstbestendig boeren op kleigrond steeds meer draait om integraal management. Niet één maatregel maakt het verschil, maar juist de combinatie van beweiding, rantsoenoptimalisatie, slim bemesten, bodembeheer en voortdurend rekenen aan de cijfers.
Het bedrijf De Tweesprong van Kees Jan van Wijk laat zien dat er, ondanks alle uitdagingen, nog steeds veel mogelijkheden liggen voor melkveehouders die bereid zijn om actief te blijven sturen en leren.
