Nieuwe emissienormen en een grondgebondenheidsnorm: waar staan de Koeien & Kansen-bedrijven?
Op 26 juni presenteerde het kabinet een samenhangend maatregelenpakket om de vergunningverlening in Nederland weer vlot te trekken. Het plan bevat diverse uitdagende normen voor de melkveehouderij, waaronder de bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen en een grondgebondenheidsnorm waar alle Nederlandse melkveebedrijven in 2035 aan moeten voldoen. Hoe presteren de Koeien & Kansen-deelnemers op de voorgestelde KPI’s en normen?
Normen in de kabinetsbrief
In de kabinetsbrief worden voor melkveebedrijven emissienormen per 2035 voorgesteld van 0,164 kilo ammoniak en 92 kilo CO2-equivalenten per fosfaatrecht uit stal en mestopslag. De normen zijn afgeleid van wat haalbaar zou moeten zijn met de best beschikbare technieken. Daarnaast krijgen bedrijven te maken met een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE per hectare, waarbij samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer meetellen om aan de norm te voldoen. Op zand- en lössgronden geldt een rustgewassenverplichting van 85 procent van het areaal dat onder de grondgebondenheidsnorm valt. Ook komen er bufferzones van 500 tot 1000 meter rond kwetsbare natuurgebieden, maar daar gaan we in dit artikel niet op in.



Doelsturing in het Koeien en Kansen project
In het Koeien & Kansen project werken deelnemende melkveehouders al sinds 1998 aan het behalen van milieudoelen voor emissies naar lucht, bodem en water. Doelen worden jaarlijks aangescherpt en, alhoewel niet gemakkelijk, emissies worden steeds verder verlaagd op basis van jaarlijkse bedrijfsontwikkelplannen.
De voorgestelde KPI’s in de kabinetsbrief zijn anders dan de indicatoren waarop tot nu toe gestuurd werd in de sector. Het betreft alleen de ammoniak- en broeikasgasemissies uit dieren, stallen en mestopslag, en niet de veldemissies. De emissie worden uitgedrukt per fosfaatrecht, waarvoor per bedrijf de jaarlijks beschikbare fosfaatrechten (lease en koop) geïnventariseerd zijn. In dit artikel laten we de scores van Koeien & Kansen-bedrijven in de afgelopen 3 jaar zien, berekend met de KringloopWijzer.
Ammoniakemissie per fosfaatrecht
Figuur 1 laat zien dat nagenoeg alle deelnemers de emissienorm van 0,164 kg ammoniakemissie per fosfaatrecht niet halen. Alleen bedrijf 11 haalt de norm in 2023 en 2024, en bedrijf 9 komt in die jaren dicht bij de emissienorm. Bedrijven 3, 10, 12 en De Marke vallen op doordat zij een dalende trend laten zien. In de bedrijfsontwikkelplannen werden andere KPI’s gehanteerd om op te sturen, maar toch komt de dalende ammoniakemissie ook in de nieuwe KPI naar voren.
Verklarende factoren voor de verschillen zijn vooral het staltype en de totale hoeveelheid Ammoniakale Stikstof (TAN) in de mest. Een aantal bedrijven, waaronder bedrijf 9, heeft echter een type stalvloer waarvan de Raad van State heeft bepaald dat de emissie ervan wordt onderschat. Als de emissie van bedrijf 9 in 2025 opnieuw wordt berekend met een gewone roostervloer dan stijgt de emissie van 0,188 kg NH3 per fosfaatrecht naar 0,253 kg NH3 per fosfaatrecht (34% toename).
De hoeveelheid TAN wordt vooral bepaald door het eiwitgehalte in het rantsoen. Zo is op De Marke het eiwitgehalte in het rantsoen al enkele jaren lager dan 150 g/kg ds. Dat de ammoniakemissie in 2025 op dit bedrijf lager was dan de jaren ervoor komt doordat er in 2023 en 2024 nog mest werd gescheiden en dit in 2025 niet is gedaan.
Opvallend is dat op bedrijf 11 de berekende ammoniakemissie in de eerste twee jaren fors lager ligt dan in 2025. De oorzaak van de verschillen ligt deels in het feit dat het voor dit bedrijf de emissies lastig zijn te berekenen. Door zeer veel weidegang (ongeveer 5000 uur per jaar), sterk variërende graskwaliteit en de helft van het areaal dat uit natuur- en beheersgrasland bestaat is het goed inschatten van de graskwaliteit een uitdaging. De voorjaarskalvende veestapel heeft een hoog eiwitgehalte in het weideseizoen en een laag eiwitgehalte in het stalseizoen. En juist die laatste periode bepaalt de hoogte van de emissie in stal en opslag. De KringloopWijzer kan voor dit bedrijf deze situatie (nog) niet goed doorrekenen.

Broeikasgassen per fosfaatrecht
Voor wat betreft broeikasgassen laat figuur 2 zien dat verschillende Koeien & Kansen deelnemers dicht bij de emissienorm van 92 kg CO2-eq per fosfaatrecht zitten. Bedrijven 1 en 7 zitten in sommige jaren zelfs onder de norm, en bedrijven 9 en 10 komen dicht in de buurt.
De KPI beslaat methaan- en lachgasemissie uit dier, stal en mestopslag, waarvan het veruit grootste deel, grofweg 75-90%, methaan uit pens- en darmfermentatie betreft. Het is dus effectief om hierop te sturen. Op de bedrijven 1, 7 en 9 zijn de lagere methaanemissies veroorzaakt door het toepassen van een methaanremmer vanaf 2024. Ook bedrijf 10 heeft een lage emissie. Dit komt door een hoge voerefficiëntie bij de Jersey veestapel en het aanhouden van weinig jongvee.

Grondgebondenheid
Figuur 3 laat de GVE-bezetting per hectare zien op Koeien & Kansen-bedrijven. Hierbij is nog geen rekening gehouden met eventuele samenwerking met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer. Ongeveer de helft van de bedrijven voldoet in één of meer jaren niet aan de norm van 2,6 GVE per hectare. Vooral bedrijf 3 zit ver boven de norm, alhoewel de bezetting op dit bedrijf naar verwachting fors daalt wanneer hectares binnen een straal van 25 km worden meegerekend waarvoor voer- en mestafspraken bestaan en mestafzet naar akkerbouwbedrijven geregeld is. Bedrijven De Marke, 2, 8, 11 en 14 hebben een relatief lage GVE-bezetting per hectare. Behalve op De Marke, komt dit op de meeste bedrijven voornamelijk door een groot aandeel natuurgrasland.

Aandeel grasland of rustgewassen
In Figuur 4 is te zien dat in 2025 twee van de vijf Koeien & Kansen-bedrijven op zandgrond niet voldeed aan het minimum aandeel van 85% grasland of rustgewassen ten opzichte van het totale areaal dat onder de grondgebondenheidsnorm valt. Ook dit zijn voorlopige resultaten omdat samenwerking met akkerbouwers binnen een straal van 25 km nog niet meegenomen is. Op de twee bedrijven die onder de norm zitten speelt aandeel snijmais in het bouwplan een rol, maar ook de veebezetting die op deze bedrijven hoger ligt dan op de andere zandbedrijven (zie Figuur 3). Op De Marke en bedrijf 12 worden ook veel andere gewassen verbouwd, zoals snijmais, granen en eiwitgewassen, maar deze bedrijven komen vanwege een relatief lage bezettingsgraad toch boven de norm van 85% uit. Als naar alle 15 Koeien & Kansen-bedrijven als geheel wordt gekeken (grijze staaf) wordt gemiddeld 88% van het areaal met grasland of rustgewassen ingevuld.

Geen van de Koeien & Kansen-bedrijven voldoet nog aan alle normen
Uit deze voorlopige resultaten blijkt dat nog geen van de Koeien & Kansen-bedrijven aan alle door het kabinet voorgestelde normen in de stikstofbrief voldoet. Vooral de ammoniaknorm is knellend op de meeste bedrijven. Op sommige bedrijven, vooral die met een hoge veebezetting, kan de norm voor een minimaal aandeel rustgewassen conflicteren met een lage ammoniakemissie omdat er minder mogelijkheid is voor eigen geteelde mais in het rantsoen, wat het lastiger maakt om aan beide normen te voldoen. Bedrijven 7 en 9 komen in de buurt van de voorgestelde emissienormen voor zowel ammoniak als broeikasgassen per fosfaatrecht. Bedrijf 7 lijkt echter niet aan de grondgebondenheidsnorm en het minimale aandeel rustgewassen te voldoen, en op bedrijf 9 wordt een ammoniakreductie van dit type stalvloer door de Raad van State niet erkend.
Nieuwe praktijkpilot
Dat Koeien & Kansen-bedrijven de emissienormen nog niet halen is een tegenvaller, aangezien het project al sinds jaar en dag werkt aan emissieverlaging. De verschillen in emissies tussen bedrijven en jaren laten wel zien dat er nog ruimte is voor verbetering, al zullen de mogelijkheden voor sommige bedrijven beperkt zijn en is de inzet van geborgde staltechnieken en voeradditieven naar verwachting noodzakelijk.
In de komende tijd worden de resultaten en handelingsperspectieven verder uitgediept in een nieuwe praktijkpilot in het kader van het onderzoek naar bedrijfsgerichte doelsturing. Met Koeien & Kansen-deelnemers wordt daarin geanalyseerd hoe melkveebedrijven in de praktijk scoren op emissies, wat in de praktijk belemmeringen zijn, en worden bedrijfsplannen gemaakt en doorgerekend voor het sturen op lagere emissies. De resultaten kunnen een bijdrage leveren aan de verdere uitwerking van bedrijfsgerichte doelsturing en het aangekondigde gesprek over het ondersteunende pakket voor melkveehouders.