Wat kan wél!

Niet alleen techniek, maar ook management

Een maand geleden stond het bedrijf van de familie Dekker uit Flevoland centraal in het artikel ‘Toekomstperspectief valt in duigen?!’. De impact van de ammoniakbrief zorgde voor veel onzekerheid. Op het bedrijf met 200 melkkoeien zou een ammoniakreductie van ongeveer 30% nodig zijn om aan de gestelde norm te voldoen. Inmiddels is de eerste schrik verwerkt en verschuift de aandacht naar de vraag: wat kan wél?

Voor de familie Dekker is duidelijk dat een toekomstbestendige oplossing niet uitsluitend kan bestaan uit dure stalaanpassingen. Er moet ook financiële ruimte blijven voor een toekomstige bedrijfsovername. Daarom wordt nadrukkelijk gekeken naar maatregelen die met een beperkt investeringsniveau kunnen bijdragen aan emissiereductie. Uit een eerste analyse komt een maatregelenpakket naar voren waarin managementmaatregelen een belangrijke rol spelen:

  • meer weidegang;
  • een verdere verlaging van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen;
  • mestaanzuring;
  • slimme samenwerking met akkerbouwers voor voer- en meststromen.

Juist de combinatie van deze maatregelen lijkt perspectief te bieden. Daarmee kan mogelijk een groot van de benodigde ammoniakreductie worden gerealiseerd, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan de opgave rond grondgebondenheid en broeikasgassen. En dat zonder direct te hoeven grijpen naar investeringen van enkele tonnen.

Meer weidegang als eerste stap

Een conclusie is dat uitbreiding van de weidegang waarschijnlijk één van de meest kosteneffectieve maatregelen is. Door de koeien aanzienlijk meer uren buiten te laten lopen, daalt de ammoniakemissie uit stal en opslag direct. Deze maatregel sluit tegelijk goed aan bij maatschappelijke wensen rondom beweiding. Daarbij loopt Dekker wel tegen een praktisch vraagstuk aan. De zomer van 2026 laat zien hoe kwetsbaar beweiding kan worden tijdens langdurige droogte. Op het bedrijf is nauwelijks weidegras beschikbaar en worden de koeien momenteel volledig op stal gevoerd. Dat maakt de beschikbaarheid van water en mogelijk zelfs beregening een belangrijk onderdeel van de toekomstige strategie.

Voerkringlopen versterken

Een tweede pijler onder de oplossingsrichting is het verder verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen naar 145 gram per kilogram droge stof. Om dat mogelijk te maken wordt gekeken naar meer aanvoer van snijmaïs via samenwerking met akkerbouwers in de regio. Daarmee ontstaat niet alleen ruimte voor een lager eiwitgehalte, maar wordt ook gewerkt aan de realisatie van de GVE-norm van 2,6 GVE/ ha. Daarnaast is maïs gunstig voor het verlagen van de methaan emissie uit de pens. Ook meer weidegang kan hieraan bijdragen. Daarmee komt ook de norm van 92 kilogram CO2 in het vizier komt.

Mestaanzuring als ontbrekende schakel

Met meer weidegang en optimalisatie van het rantsoen kan naar schatting ongeveer de helft van de benodigde ammoniakreductie worden gerealiseerd. Om de volledige opgave is te behalen, is een aanvullende maatregel nodig. Daarbij komt mestaanzuring nadrukkelijk in beeld. Vooral omdat mestaanzuring niet alleen de stalemissie verlaagd, maar ook de veldemissie. Van die lagere veldemissie profiteren ook de akkerbouwers die bij de familie Dekker mest afnemen. De afname van de veldemissie zou wel ingerekend moeten kunnen worden, dat wat nu is uitgesloten in de brief van 26 juni.

Om de ammoniakemissie van circa 5000 ton drijfmest met ongeveer 15% zijn te verlagen, zijn geen grote hoeveelheden salpeterzuur en zwavelzuur nodig. Dit is wenselijk om de verzurende werking te beperken bij gebruik op de eigen grond en bij de akkerbouwers in de regio die de mest afnemen. Met de aanvoer van zwavel in de vorm van zwavelzuur kan de zwavel in de kunstmest achterwege worden gelaten.

Een bijkomend voordeel is dat mestaanzuring aanzienlijk minder investeringen vraagt dan verschillende emissiearme stalsystemen. Op basis van een eerste ruwe berekening worden de jaarkosten geschat op circa €50,- per koe.

Extensivering is einde bedrijf

Extensivering in de vorm van aankoop van fosfaatrechten en/of verkleinen van de veestapel betekent einde voor dit bedrijf. Er blijft dan geen verdienvermogen over. De zoektocht richt zich daarom op oplossingen waarbij het huidige bedrijfssysteem grotendeels behouden kan blijven en met doelsturingde emissies stap voor stap wordt teruggebracht.

Doelsturing met geborgde managementmaatregelen nodig

De verkenning op het bedrijf van Dekker laat ook zien dat de discussie over ammoniakreductie niet uitsluitend gevoerd kan worden vanuit technische stalaanpassingen. Emissiearme stalsystemen kunnen een forse reductie realiseren, maar vragen vaak ook substantiële investeringen. Om de diversiteit van de Nederlandse melkveehouderij te behouden, is het belangrijk dat het maatregelenpakket wordt uitgebreid met geborgde en kosteneffectieve managementmaatregelen. Denk daarbij aan meer weidegang, optimalisatie van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen en maatregelen die stikstofverliezen uit mest te beperken. Deze maatregelen vragen doorgaans minder kapitaal en zijn daardoor ook bereikbaar voor bedrijven met een kleinere financieringsruimte. Dat geldt bijvoorbeeld voor bedrijven die bewust kiezen voor een andere ontwikkelstrategie of waar financiële middelen nodig zijn voor een bedrijfsovername. Een combinatie van doelsturing met geborgde managementmaatregelen en technische innovaties biedt daardoor niet alleen perspectief voor ammoniakreductie, maar draagt ook bij aan een toekomstbestendige en gevarieerde melkveehouderij.

Leren door te doen

De situatie bij de familie Dekker laat zien waar Koeien & Kansen voor staat. Niet afwachten welke maatregelen van buitenaf worden opgelegd, maar zelf onderzoeken welke combinatie van management, vakmanschap en innovatie perspectief biedt. Waar een maand geleden vooral zorgen overheersten, ontstaat nu steeds meer zicht op een mogelijke route naar een oplossing. Een route die niet begint met grote investeringen, maar met beter benutten van gras, mest en het vakmanschap. Juist daarin liggen wellicht de grootste kansen voor de melkveehouderij van de toekomst.

Contactpersoon: