Wat betekenen de VEM2022 rekenregels voor uw BEX?

Voor melkveehouders is het steeds belangrijker om efficiënt om te gaan met mineralen en tegelijkertijd grip te houden op de bedrijfskosten. De BEX, oftewel Bedrijfsspecifieke Excretie) kan daarbij een waardevol hulpmiddel zijn. Daarom zijn veel veehouders hier actief mee bezig. Komend najaar worden er op verschillende opnieuw BEX-prognose gemaakt.  Daarmee wordt alvast ingeschat of er BEX-voordeel te behalen is en waar nog mogelijkheden zijn om bij te sturen.  Eén van de belangrijke wijzigingen in de “Handreiking BEX” voor 2026 zijn de nieuwe VEM2022-rekenregels van het CVB. Maar wat betekenen deze aangepaste rekenregels nu concreet voor de BEX-uitkomst? Maak daarom tijdig uw prognose om de invloed van VEM 2022 in beeld te hebben.

Waarom VEM2022?

In de BEX-systematiek wordt gebruikgemaakt van het Nederlandse netto energiewaarderingssysteem: het VEM-systeem. Dit systeem is geïntroduceerd in 1975 – 1977 om onder andere de voeropname van melkvee te kunnen berekenen. Hiermee kan, na aftrek van de hoeveelheid stikstof en fosfaat die wordt vastgelegd in melk en dier, de excretie van stikstof en fosfaat van melkvee worden berekend. De voeropname wordt bepaald met de aanname dat de VEM opname via de voedermiddelen gelijk is aan de VEM-behoefte van koeien uit onderhoud, melkproductie en groei.

Op 17 november 2022 heeft CVB geactualiseerde energiebehoeftenormen voor Holstein Friesian (HF) koeien uitgebracht. Hierbij zijn ook de VEM-waarden van de voedermiddelen aangepast. Daarnaast is het lichaamsgewicht van de gemiddelde HF koe verhoogd van 650 kg naar 675 kg.

Uit metingen bij individuele koeien blijkt dat VEM2022 de voeropname en melkproductie bij zowel laag- als hoogproductieve koeien beter inschat dan het oude systeem. Ook na correctie voor een vaste afwijking sluit VEM2022 beter aan bij de gemeten voeropname (Rapport Spek & Van Laar, 2026)

Correctiefactor 1,055

Uit de evaluatie van Spek & Van Laar (2026) volgt voor VEM2022 een generieke correctiefactor van 1,055. Daarom rekent de BEX 2026 bij lacterende koeien met een VEM2022-opname van 105,5% van de berekende behoefte. Dat betekent overigens niet automatisch dat de berekende voeropname altijd hoger wordt. Ook de energiebehoefte voor onderhoud en melkproductie en de energiewaardering van voedermiddelen zijn gewijzigd.

Het effect verschilt daardoor per bedrijf en is vooral afhankelijk van het productieniveau. Laagproductieve koeien krijgen bij het VEM2022-systeem doorgaans een hogere berekende voeropname en hoogproductieve koeien zullen juist een lagere voeropnamen krijgen. Het omslagpunt ligt globaal tussen 9.500 en 10.500 kg melk per koe. Dit komt met name doordat VEM2022 rekent met een hogere onderhoudsnorm en een lagere behoefte per kg FPCM.

Wanneer voor de BEX-prognose de VEM2022 waarden van voedermiddelen nog niet bekend zijn, kan deze met de volgende formule worden omgerekend. Voor voedermiddelen in de range 300-1500 VEM per kg DS geldt de omrekening: VEM2022 (/kg DS) = 1,0639 x VEM (kg/DS) – 77,9.

Wat betekent dit voor de BEX?

VEM2022 heeft dus niet alleen gevolgen voor andere VEM-waarden van voedermiddelen, maar rekent ook met nieuwe energiebehoeften voor melkkoeien en jongvee. De uiteindelijke invloed op de BEX verschilt per bedrijf.  Met een eenvoudig rekenvoorbeeld kunnen we de mogelijk invloed inzichtelijk maken.

Uitgangspunten tabel: een melkkoe met 8.500 kg melk, 4,30% vet, 3,50% eiwit, ureum 20, geen weidegang, 1.800 kg ds krachtvoer à 1.050 VEM/kg ds en een graskuil van 920 VEM en 175 gram RE/kg ds. In het voorbeeld bestaat het resterende ruwvoer volledig uit graskuil.

In dit voorbeeld leidt de overstap naar VEM 2022 dus tot een 50 kg hogere berekende droge stofopname.

Wat betekent die extra opname voor de stikstofexcretie?

Als het eiwitgehalte van de graskuil gemiddeld 175 gram RE per kg droge stof bedraagt, bevat deze 28 gram N per kg droge stof. De ongeveer 50 kg extra berekende droge-stofopname bevat daarmee ongeveer 1,4 kg extra N per melkkoe. Om uitsluitend het effect van VEM2022 zichtbaar te maken, houden we in dit voorbeeld de overige factoren gelijk. Omdat ook de melkproductie en de N-vastlegging gelijk blijven, neemt de bruto N-excretie in dit voorbeeld eveneens met ongeveer 1,4 kg N toe.

Bij 8.500 kg melk en een ureumgehalte van 20 bedraagt de forfaitaire stikstofexcretie 112,5 kg N per melkkoe. De extra bruto N-excretie van 1,4 kg komt overeen met ongeveer 1,25% van dit forfait. De uiteindelijke afname van het BEX-voordeel is iets kleiner, omdat de BEX de bruto N-excretie nog corrigeert voor gasvormige N-verliezen.

Wat betekent het voor jouw bedrijf?

Het rekenvoorbeeld laat zien dat de overstap naar VEM2022 ook bij een relatief beperkte verandering in de berekende voeropname al invloed kan hebben op de BEX-uitkomst. Hoe groot dit effect in de praktijk is, verschilt echter sterk per bedrijf. Vooral de volgende factoren spelen een rol:

  • het melkproductieniveau:
  • de voederwaarde en het eiwitgehalte van het ruwvoer:
  • de hoeveelheid krachtvoer:
  • de samenstelling van het totale rantsoen.
  • Het aandeel jongvee

VEM2022 hoeft daarom niet op ieder bedrijf tot een hogere BEX-excretie te leiden. Juist voor bedrijven die gebruik willen maken van de BEX is het daarom belangrijk om in een prognose voor 2026 tijdig met de nieuwe VEM2022-rekenregels te rekenen. Zo krijg je inzicht in het effect van de wijziging op je eigen bedrijf en zie je gedurende het jaar waar nog mogelijkheden liggen om bij te sturen, bijvoorbeeld via rantsoen, eiwitniveau of verdeling van het ruwvoer.


Over de KringloopWijzer

De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.

Vorige

Volgende