Weer lagere excretie stikstof en fosfaat bij Koeien en Kansen dan forfaits
In 2025 hebben de Koeien en Kansen-bedrijven weer minder stikstof en fosfaat geproduceerd dan de forfaits. De fosfaatproductie lag 16% lager dan het forfait en de stikstofproductie 3% lager. Door meer RE in het rantsoen lag de stikstofproductie in 2025 minder ver onder het forfait dan in 2024 toen de stikstofproductie nog 8% lager was. Door de lagere stikstof- en fosfaatproductie bespaarden de Koeien en Kansen-bedrijven gemiddeld ongeveer 210 ton mestafvoer.
Beperken mestafvoer door BEX
Veel melkveebedrijven moeten mest afvoeren. Om te bepalen hoeveel mest een melkveehouder moet afvoeren, moet de mestproductie en de plaatsingsruimte met elkaar vergeleken worden. Als er meer mest (in stikstof en fosfaat) wordt geproduceerd dan op het bedrijf geplaatst kan worden, dan is mestafvoer nodig. Via een tabel met forfaitaire excretie (RVO tabel 6) kan een melkveehouder de stikstof- en fosfaatexcretie per koe afleiden op basis van de gemiddelde melkproductie per koe op het bedrijf, voor stikstof in combinatie met het ureumgehalte. Om besparing van mestafvoer bij lagere excreties mogelijk te maken, is de Handreiking bedrijfsspecifieke excretie (BEX) ontwikkeld. Hiermee kan een melkveebedrijf aantonen dat ze minder stikstof en fosfaat produceert dan de wettelijke forfaitaire excretienormen. In dat geval is minder mestafzet nodig dan volgens de forfaitaire tabel. BEX is ook onderdeel van de KringloopWijzer.
Verlaging excretieforfaits 2025
In 2025 zijn de excretieforfaits voor stikstof verlaagd. Hierdoor wordt het lastiger om met BEX een voordeel te halen. Om de resultaten van 2025 goed te kunnen vergelijken met eerdere jaren, zijn ook bij de berekening van de forfaitaire excreties van 2023 en 2024 de nieuwe normen van 2025 gebruikt. De forfaitaire excreties in Figuur 1. zijn dus voor alle jaren met de forfaits van 2025 doorgerekend.
Geen mestafvoer, andere situatie
Ook voor bedrijven die geen mest af hoeven te voeren is het zinvol om geen stikstof en fosfaat te verspillen. En een hogere excretie van stikstof en fosfaat dan het forfait is dan niet erg, mits deze goed benut wordt bij de gewasgroei. Een goede benutting is van belang om de ammoniakemissie en het bodemoverschot laag te houden. Overigens hebben bedrijven die geen mest hoeven af te voeren door een lagere BEX-excretie wel meer ruimte voor aanvoer van dierlijke mest.
Stikstofexcretie dichter bij forfait
Figuur in laat zien laat zien dat in 2025 op het gemiddelde Koeien en Kansen-bedrijf de stikstofexcretie 3% lager was dan de forfaitaire excretie. Net als voorgaande jaren produceerde de veestapel minder stikstof met mest dan bij toepassen van de forfaits. Al was in 2025 het verschil wel minder groot dan in 2024 toen een gemiddeld Koeien en Kansen-bedrijf nog 8% minder stikstof produceerde dan het in 2025 aangepaste forfait.
In 2025 waren er 10 Koeien en Kansen-bedrijven waar de BEX stikstofexcretie lager was dan de forfaitaire productie. Op bedrijf 14 was de productie ongeveer gelijk en op de bedrijven 3, 7 en 10 was de BEX stikstofproductie hoger dan de forfaitaire. Op de bedrijven 3 en 10 is dat niet erg omdat deze bedrijven bij toepassen van forfaitaire normen toch niet of nauwelijks mest hoeven af te voeren. Bedrijf 10 is een extensief bedrijf met veel beweiding en een lage krachtvoergift met weinig verliezen en een uitzonderlijke hoge eiwitproductie van eigen land (bijna 90%). Bedrijf 3 heeft met 13 mg ureum per 100 gram melk een laag ureumgehalte. Hierdoor is de forfaitaire stikstofexcretie erg laag en is het lastig om een BEX voordeel te halen.
Bij bedrijf 7 was het RE-gehalte in het rantsoen in 2025 vrij hoog waardoor de werkelijke stikstofexcretie hoger uitkomt dan het forfait. Lees meer hierover in het artikel Ruw eiwit in rantsoen Koeien & Kansen stijgt in 2025

Bex voordeel geen doel op zich
Een BEX-voordeel betekent dat minder mestafvoer nodig is dan bij forfaitair. Voor mestafvoerende bedrijven is streven naar een BEX-voordeel interessant. Maar dat betekent niet dat de excretie dan het laagst is. Want een BEX voordeel is een vergelijking met de forfaitaire excretie. Die is afhankelijk van de melkproductie per koe, het uremgehalte en het aandeel jongvee. Gebleken is dat een groot BEX voordeel te halen is bij een hoog ureumgetal en vrij veel jongvee per 10 melkkoeien. De BEX-excretie kan dan al snel lager zijn dan het forfait. Maar bedrijven met een laag ureum en weinig jongvee (zoals bedrijf 3) kunnen wel een lagere forfaitare excretie hebben dan een bedrijf met veel BEX-winst, een hoog ureum en veel jongvee. Uiteindelijk is het streven bij bedrijven met een mestoverschot om de excretie laag te hebben (via BEX of via forfait). Want een lage excretie leidt tot de minste mestafzet en minder ammoniakemissie. Bedrijven met een hoog BEX voordeel hebben dus niet per definitie een lage excretie.
Hogere stikstofexcretie per 1000 kg melk
De gemiddelde stikstofexcretie op de Koeien en Kansen-bedrijven in 2025 komt uit op 14,3 kg N/1000 kg melk, Figuur 2 laat dit zien. Daarmee is deze 0,2 kg N/1000 kg melk hoger dan in 2024. Ondanks een betere benutting van het voer (gaat van 1,20 kg FPCM per kg ds in 2024 naar 1,22 kg FPCM per kg ds in 2025) steeg de excretie per 1000 kg melk in 2025 toch. De belangrijkste oorzaak hiervan was dat het RE-gehalte in het rantsoen in 2025 toenam met 4 gram RE/kg ds. Lees meer hierover in het artikel Ruw eiwit in rantsoen Koeien & Kansen stijgt in 2025

Lagere fosfaatexcretie
Figuur 3 laat zien dat op het gemiddelde Koeien en Kansen-bedrijf in 2025 de fosfaatexcretie berekend met BEX 16% lager was dan de forfaitaire fosfaatexcretie. In 2024 was dit nog 15% lager. Dus het voordeel van BEX toepassen is in 2025 licht toegenomen. In 2025 waren er 13 Koeien en Kansen-bedrijven die met BEX een lagere fosfaatexcretie realiseerden dan met de forfaits. Alleen op de bedrijven 10 en 11 lag de forfaitaire fosfaatexcretie iets hoger dan met BEX. Op deze bedrijven was de benutting van het voer wat lager dan gemiddeld: 0,86 kg FPCM per kg ds op bedrijf 10 en 1,16 kg FPCM per kg ds op bedrijf 11 ten opzichte van 1,22 kg FPCM per kg ds gemiddeld. Naast een lagere benutting voerde bedrijf 11 ook meer fosfor dan gemiddeld (4,1 gram P/kg ds ten opzichte van 3,6 gram P/kg ds gemiddeld). Dit kwam vooral door hoge gehalten van P in vers gras en krachtvoer.
Overigens sturen veel Koeien en Kansen-deelnemers niet op verlagen van de fosfaatexcretie. Dit omdat in de meeste gevallen stikstof bepalend is voor mestafvoer, streven de meeste bedrijven vooral naar verlaging van de stikstofexcretie.

Besparing mestafvoer
Figuur 1 laat zien dat door gebruik te maken van BEX een gemiddeld Koeien en Kansen-bedrijf in 2025 ongeveer 1455 ton mest moet afvoeren. Bij toepassen van de forfaitaire productienormen zou dit 1665 ton zijn geweest. De lagere excreties bij toepassen van BEX leveren dus een gemiddelde besparing van 210 ton mestafvoer op. Bij de huidige prijzen voor mestafvoer is dat al snel enkele duizenden euro’s voordeel per bedrijf. De meeste bedrijven hebben in 2025 voordeel bij BEX (12 bedrijven, al is het verschil op bedrijf 14 niet groot). Op de bedrijven 3 en 7 is de mestafvoer bij toepassen van forfaitaire normen lager dan bij toepassen van BEX. Op bedrijf 10 hoeft bij gebruik van forfaitaire normen helemaal geen mest afgevoerd te worden.
Stikstof vaak beperkend
Op de bedrijven die mest moeten afvoeren is bij bijna alle bedrijven stikstof de beperkende factor. Op deze bedrijven moet op basis van stikstof meer mest afgevoerd worden dan op basis van fosfaat. Alleen op het bedrijf 11, is fosfaat de beperkende factor. Zoals eerder aangegeven voert dit bedrijf een rantsoen met een hoog P-gehalte terwijl het RE-gehalte van het rantsoen van 148 gram RE/kg ds op dit bedrijf juist ver onder het gemiddelde van 156 gram RE/kg ds ligt.
Wanneer de Koeien & Kansen-bedrijven nog scherper gaan voeren op eiwit kan de mestafvoer op de meeste bedrijven nog verder beperkt worden. Door bijvoorbeeld een lager RE-gehalte in het rantsoen dat leidt tot een lagere BEX stikstofexcretie of door een lager ureumgehalte in de melk dat leidt tot een lagere forfaitaire stikstofexcretie.
Figuur 4: Verplichte mestafvoer op Koeien & Kansen-bedrijven in 2025 bij toepassen forfaitaire productienormen en bij bedrijfsspecifieke berekening excretie met KringloopWijzer (weergave in tonnen mest bij een standaardgehalte van 4 kg N per ton en 1.5 kg P2O5 per ton).
