Familie Buijs investeert in de toekomst, maar mist houvast in beleid

Op het melkveebedrijf van de familie Buijs in Etten-Leur wordt volop gewerkt aan de toekomst. De omschakeling naar robotmelken en de verdere optimalisatie van de stalinrichting zijn zichtbare stappen naar een toekomstbestendig, natuurinclusief en meer kringloopgericht bedrijf. De familie investeert daarmee bewust in verduurzaming, dierwelzijn en een efficiënte bedrijfsvoering. Tegelijkertijd ervaart Buijs dat deze duurzame ontwikkeling niet vanzelfsprekend betekent dat het bedrijf ook aan alle nieuwe beleidsnormen kan voldoen. De vraag hoe beleidsdoelen en de praktische haalbaarheid op het erf bij elkaar komen wordt daarmee steeds belangrijker.

Gericht investeren in een duurzaam bedrijf

Het bedrijf is de afgelopen jaren bewust ontwikkeld richting een extensievere en robuustere bedrijfsvoering. Het aantal melkkoeien blijft daarbij nagenoeg gelijk, terwijl meer (natuur)grond onder de bedrijfsvoering komt en het aantal stuks jongvee iets afneemt. De ontwikkeling is daarmee nadrukkelijk niet gericht op groei in koeien, maar op meer ruimte binnen het bedrijf en een betere balans tussen vee, grond en voer.

De investering in drie nieuwe melkrobots passen in die lijn. De familie Buijs wil met drie robots ongeveer 147 koeien te melken. Daarbij is bewust gekozen voor voldoende capaciteit, zodat er ruimte blijft voor weidegang en een efficiënte, duurzame bedrijfsvoering. De robots geven de koeien meer vrijheid en leveren continu informatie over diergezondheid. Ook wordt het strohok iets uitgebreid voor extra diercomfort. Daarnaast investeert de familie in onder meer de jongveehuisvesting en precisielandbouw. Daarmee wil Buijs meer eigen en regionaal voer benutten, emissies beperken, arbeid efficiënter organiseren en de kringloop verder sluiten.

Stap voor stap ammoniakemissie verlagen

Ook in de dagelijkse bedrijfsvoering zet Buijs verdere stappen om de ammoniakemissie te verlagen. Zo wordt het gemiddelde ruw eiwitgehalte in het rantsoen verder verlaagd, van ongeveer 153 naar 148 gram per kg droge stof. Buijs rekent daarbij met een reductie van de ammoniakemissie op bedrijfsniveau van circa 1% per gram verlaging van het ruw eiwit.

Daarnaast wordt het aantal stuks jongvee teruggebracht naar 5,4 per 10 melkkoeien. Dit levert naar verwachting circa 1% ammoniakreductie op bedrijfsniveau oplevert. Het nathouden van de stalvloer en vaker mest schuiven levert naar verwachting een reductie van 2 tot 4% op bedrijfsniveau op. Ook wil Buijs, ondanks het omschakelen naar melkrobots, meer weidegang realiseren. Hiervan wordt een verdere reductie van de ammoniakemissie op bedrijfsniveau van ongeveer 2-4% verwacht.

Positief over de toekomst, maar onzeker over de spelregels

De familie Buijs kijkt positief naar de toekomst en investeert daar ook naar. Toch zijn er grote onzekerheden. Het bedrijf is PAS-melder en heeft daardoor al langere tijd te maken met onzekerheid rond de vergunningensituatie. Daar komen nieuwe beleidsontwikkelingen bij. De recente stikstofbrief en de daarbij genoemde normen roepen bij Buijs vragen op over de aansluiting tussen beleid en praktische haalbaarheid op zijn bedrijf.

De berekening voor het bedrijf laat het volgende beeld zien:

Bij GVE per hectare zit het bedrijf met 1,7 ruim onder de norm van 2,6. Voor ammoniak per fosfaatrecht en CO₂-equivalent per fosfaatrecht ligt het berekende resultaat juist boven de genoemde norm.

Ondanks de eerde genoemde maatregelen blijft de ammoniakdoelstelling volgens de bedrijfsberekening ver buiten bereik. Een forse aanvullende reductie lijkt alleen mogelijk met een ander stalsysteem. Zo’n investering is echter duur en voor het bedrijf financieel niet haalbaar en ook niet wenselijk, mede omdat een deel van de stal al voorzien is van een emissiearme vloer. Bovendien is daarmee het volgende vraagstuk nog niet opgelost. Ook als de ammoniaknorm wordt gehaald, blijft de berekende CO₂-KPI boven de norm.

De landbouwkundige puzzel wordt steeds ingewikkelder

De vraag naar de praktische haalbaarheid van de normen leeft volgens Buijs ook in andere praktijknetwerken, waaronder Koeien & Kansen. Hij hoort daar dat er op dit moment geen melkveebedrijven zijn die aan alle normen uit de stikstofbrief voldoen. Dat zou zowel gelden voor intensieve als extensieve bedrijven, waaronder bedrijven die al veel maatregelen hebben genomen.

Voor Buijs roept dit de vraag op in hoeverre het realistisch is om deze normen breed toe te passen, wanneer ze in de praktijk voor uiteenlopende bedrijfstypen niet gezamenlijk haalbaar blijken.

Tegelijkertijd komen vanuit Rijk, provincie, terreinbeherende organisaties en andere partijen verschillende KPI’s en voorwaarden op het bedrijf af. In combinatie met lagere gebruiksnormen en een veranderend klimaat wordt de landbouwkundige puzzel steeds ingewikkelder. Voldoende goed voer winnen, nutriënten efficiënt benutten, natuurdoelen realiseren, emissies verlagen en economisch gezond blijven moet allemaal binnen dezelfde bedrijfsvoering passen.

Samenwerking biedt kansen

Toch ziet Buijs ook mogelijkheden. Samenwerking met akkerbouwers kan helpen om voer, mest en bouwplan regionaal beter op elkaar af te stemmen. Ook langdurige samenwerking met terreinbeherende organisaties (TBO’s) kan goed passen bij de natuurinclusieve koers van het bedrijf.

De familie heeft al ervaring met natuurgrond en met het zoeken naar praktisch beheer. Een langdurige afspraak geeft meer zekerheid om bedrijfsvoering en investeringen daarop in te richten.

Daarbij neemt de druk op grond toe. De “grondhonger” vanuit verschillende functies en partijen maakt het moeilijker om grond langdurig beschikbaar te krijgen tegen voorwaarden die bij een landbouwbedrijf passen. Juist voor een extensieve en grondgebonden ontwikkeling is die beschikbaarheid van grond essentieel.

Duidelijkheid voor de lange termijn

De familie Buijs blijft met vertrouwen investeren in de toekomst van het melkveebedrijf. De melkrobots, stalaanpassingen, maatregelen rond voer, jongvee, stalmanagement en weidegang geven concreet invulling aan de verduurzamingskoers.  

 De berekeningen laten daarnaast zien dat zelfs een breed pakket aan praktische maatregelen niet leidt tot het halen van alle voorgestelde beleidsmaatregelen.

Volgens Buijs is het belangrijk om inzicht te krijgen of de beleidsdoelen aansluiten bij wat op melkveebedrijven daadwerkelijk haalbaar is. Voor de familie Buijs is praktisch uitvoerbaar beleid belangrijk om ook de komende jaren gericht te kunnen blijven investeren in een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering.

Contactpersoon: