Betrek het nitraatresidu bij de evaluatie van je percelen

Steeds meer melkveebedrijven laten het mineraal stikstofresidu (NR) in de bodem bepalen. De uitkomst geeft inzicht in de hoeveelheid minerale stikstof die na het groeiseizoen in de bodem achterblijft. Een hoge NR-waarde wijst op een groter risico op uitspoeling. Door NR mee te nemen in de evaluatie van je percelen, krijg je meer inzicht in de stikstofbenutting en mogelijke verliezen. Naarmate de gebruiksnormen verder worden aangescherpt, wordt het steeds belangrijker om nutriënten zo goed mogelijk te benutten.

Aanvullend inzicht in percelen

In de Kringlooptip van 1 oktober 2026 werd geadviseerd als het ware een “MPR” te geven. Daarbij werd voorgesteld om gegevens zoals droge-stofopbrengst, VEM-opbrengst, eiwit- en stikstofopbrengst, aantal beweidingsdagen, satellietbeelden, groeicurves en prestaties onder droge en natte omstandigheden naast elkaar te zetten. Zo ontstaat inzicht in welke percelen goed presteren en welke achterblijven. Voor minder goed presterende percelen kun je vervolgens zoeken naar oorzaken en verbetermogelijkheden.

Aan deze set van kengetallen kan ook het NR worden toegevoegd. NR is de hoeveelheid minerale stikstof (nitraat en ammonium) die tussen half oktober en december wordt gemeten in de bodemlaag van 0 tot 90 cm op minerale gronden. De meting geeft per perceel een indicatie van het risico op nitraatuitspoeling naar het grondwater.

NR biedt niet alleen informatie over de waterkwaliteit, maar ook over de stikstofbenutting op het bedrijf. Een hoge waarde betekent dat na het groeiseizoen relatief veel minerale stikstof in de bodem is achtergebleven. Die stikstof is niet benut voor de gewasproductie van het afgelopen seizoen en kan bij uitspoeling verloren gaan. Een deel kan mogelijk nog beschikbaar komen voor een volgend gewas.

Kennis door ervaring

NR verschilt van het stikstofbodemoverschot. Het stikstofbodemoverschot is het verschil op jaarbasis van de aanvoer van stikstof naar het land (vooral bemesting) en de afvoer van het land (gewasonttrekking). Het stikstofbodemoverschot omvat zowel minerale als organische stikstof en zegt niets over het moment, de diepte in de bodem en de chemische verbindingsvorm waarin de stikstof aanwezig is. Een deel van het oveschot kan als organische stikstof in de bodem worden vastgelegd en later alsnog beschikbaar komen voor het gewas. Voor NR geldt dat niet: weg is weg. Ook sluit NR meer aan bij percelen, terwijl het N bodemoverschot het gemiddelde van het volledige bedrijfsareaal weergeeft. 

De combinatie van stikstofbodemoverschot en nitraatresidu is waardevol. Het N-bodemoverschot geeft inzicht in de stikstofbalans van een perceel, terwijl NR laat zien hoeveel stikstof uiteindelijk als verloren moet worden beschouwd.

Kennis door ervaring

Veel melkveehouders hebben nog weinig ervaring met het bepalen van NR. Het is daarom zinvol om hiermee te starten en over meerdere jaren een eigen referentiekader op te bouwen. Het vergelijken van resultaten binnen bedrijfsnetwerken kan helpen bij de interpretatie van de uitkomsten.

De kosten van een NR-bepaling kunnen, afhankelijk van het bedrijfsareaal en het aantal monsters, oplopen tot enkele duizenden euro’s per bedrijf. Deelname aan studiegroepen of bedrijfsnetwerken rond doelsturing kan daarom aantrekkelijk zijn. Daar zijn soms mogelijkheden om kennis en kosten te delen.


Over de KringloopWijzer

De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.

Contactpersoon:

Vorige

Volgende