Aandacht voor melkureum
Veel melkveebedrijven profiteren van de KringloopWijzer, omdat de stikstofexcretie via BEX vaak lager uitvalt dan de forfaitaire excretie. Daardoor kan op mestafvoer worden bespaard. Soms is de situatie echter anders en is de forfaitaire excretie juist lager dan de BEX-excretie. In dat geval kan extra aandacht voor het ureumgehalte in de melk voordeel opleveren. Een lager melkureumgehalte wijst op een betere benutting van eiwit, wat zowel de forfaitaire als de BEX-excretie verlaagt.
Lagere forfaits
In 2025 zijn de stikstofexcretieforfaits voor melkkoeien verlaagd. Dat betekent dat een melkkoe bij eenzelfde melkproductie en melkureumgehalte minder stikstof produceert dan in voorgaande jaren. Net als in de voorgaande jaren is op veel bedrijvendde BEX-excretie lager dan de forfaitaire excretie. Ook op de bedrijven van Koeien & Kansen was dit het geval. Lees ook: Weer lagere excretie van stikstof en fosfaat bij Koeien & Kansen. Toch zijn er enkele bedrijven die geen voordeel hebben en met de forfaits juist minder mest hoeven af te voeren dan bij het toepassen van BEX. Dit komt in bepaalde gevallen doordat een bedrijf een laag ureumgehalte in de melk weet te realiseren.
Let op ureum
Een hoog melkureumgehalte ontstaat vaak doordat de (onbestendige) eiwitvoorziening en energievoorziening van de koe niet goed in balans zijn. Ook een overschot aan bestendig eiwit kan leiden tot hogere ureumwaarden, omdat de koe dit eiwit niet volledig benut en het uiteindelijk als ureum uitscheidt. Door schommelingen in het eiwitgehalte van gras komt dit probleem vaker voor tijdens de weideperiode dan tijdens de stalperiode.
Na een lange droge periode kan bijvoorbeeld veel stikstof in de bodem zijn opgehoopt. Wanneer vervolgens regen valt, kan het eiwitgehalte van het gras sterk stijgen. Het is dan belangrijk de opname van zeer eiwitrijk gras te beperken en voldoende energie te voeren, bijvoorbeeld in de vorm van maïs. Ook is het verstandig terughoudend te zijn met eiwitrijk krachtvoer, omdat dit het eiwitoverschot verder vergroot.
Naast rantsoensamenstelling spelen ook andere factoren een rol, zoals de verdeling van voer over diergroepen, de kwaliteit van eigen ruwvoer en aangekocht voer en de keuze van bijproducten en krachtvoer. Overleg daarom regelmatig met uw voeradviseur hoe het rantsoen optimaal in balans kan blijven. Een goed beheerst melkureumgehalte draagt niet alleen bij aan een betere eiwitbenutting, maar kan ook helpen om de stikstofexcretie en daarmee de mestafvoer te verlagen.
Meer informatie over melkureum en eiwitbenutting is te vinden op KoeEiwit: Melkureum: wat kun je ermee op weg naar 155 RE?

Over de KringloopWijzer
De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.