Nanne en Hains Koopman ontvangen collega’s in Friesland
Elk jaar kijken de deelnemers van het project Koeien & Kansen uit naar hun tweedaagse bijeenkomst, waarin het uitwisselen van kennis, ervaringen en resultaten uit het praktijkonderzoek centraal staat. Dit jaar trapten we af met een bezoek aan het melkveebedrijf van de deelnemers Nanne en Hains Koopman in Oudega (Fr.). Het komende jaar ligt het speerpunt op het realiseren van een optimaal rendement, met nog meer aandacht voor melkproductie.
Sinds 2008 melken de broers Nanne en Hains op deze nieuwe locatie in Oudega. “Het bedrijf is verplaatst vanuit het dorp naar deze nieuwbouwlocatie,” vertelt Hains. In vogelvlucht neemt hij zijn collega’s mee in de geschiedenis van het bedrijf, waarbij hij zowel knelpunten als kansen benoemt. Zo wijst hij op het ontbreken van een NB-vergunning, waardoor het bedrijf feitelijk op slot zit. Het is op dit moment niet mogelijk om een nieuwe stal te bouwen waarin naast de melkkoeien ook een deel van het jongvee gehuisvest kan worden, of om een loods voor machines te realiseren.
Toch blijven Nanne en Hains hier niet lang bij stilstaan. Ze richten liever op de kansen die er wel zijn. Op het bedrijf met 190 koeien en 140 hectare land, waarvan 112 hectare in eigendom, is er volop werk. “Zeker omdat we zelf veel loonwerk doen,” merkt Hains op. In de werktuigenloods en op het erf staan dan ook de nodige machines, van een kraan, spotsprayer tot twee grashakselaars.
Speerpunten
De afgelopen jaren lag de focus binnen de bedrijfsvoering op weidegang, duurzaamheid, natuur en biodiversiteit, met veel ruimte voor innovatie. “We vinden het leuk om nieuwe dingen in de praktijk te proberen.” Weidegang is altijd een belangrijk onderdeel geweest. Hoewel het aantal uren weidegang iets is teruggebracht, gaan de koeien nog dagelijks van 7.30 tot 14.00 uur naar buiten. De 190 melkkoeien krijgen elk uur een strook vers gras. “We passen automatisch stripgrazen toe, volledig aangestuurd via een app op de telefoon,” legt Hains uit. Hij demonstreert hoe dit werkt: met één druk op de knop rolt het draad automatisch een meter verder.


Ook bij de voersilo vielen collega’s een innovatie op: een automatisch afdeksysteem. “Dat scheelt een hoop werk en ergernis. Na het inkuilen laten we het afdekzeil automatisch over de kuil rollen.” Het zijn voorbeelden van praktische innovaties die het werk op het bedrijf verlichten.
Waterbeheer en bufferstroken
Op een perceel verderop is enkele jaren geleden een bufferoever aangelegd. Samen met het waterschap zijn hiervoor plannen gemaakt. Vanuit het project Koeien & Kansen is veel aandacht besteed aan waterbeheer op dit bedrijf, waarbij de BedrijfsWaterWijzer een belangrijke rol speelde. Dit leidde tot gesprekken met het waterschap en uiteindelijk tot een verbeterde waterhuishouding op meerdere percelen. Zo zijn sloten gedempt en plas-dras oevers aangelegd. In totaal zijn er zo’n 2 kilometer natuurvriendelijke oever en boerenoevers gerealiseerd.

“We zijn hier erg blij mee, zeker nu,” vertelt Hains. “We ontvangen hier ook vergoedingen voor, aangezien we hier in een vogelweidegebied zitten.” Op dit vlak is Hains zeer actief. “Je ziet het aantal weidevogels langzaam toenemen.”
Verborgen rendement opsporen
Sinds vorig jaar ligt de focus op het verhogen van de melkproductie. ‘’Hier ligt nog een stukje verborgen rendement,’’ aldus Hains. “We vonden de melkproductie per koe te laag lag. In 2021 zaten we op bijna 8800 kilogram meetmelk per jaar. Met een nieuwe voeradviseur kwam er een andere aanpak met meer nadruk op graskwaliteit en iets minder weide-uren. Dat heeft effect gehad: melkproductie komt naar verwacht in 2026 gemiddeld uit boven de 10.000 kilogram melk per koe. Meer liters betekent een beter voersaldo. Naast aanpassing in de beweiding is ook energievoorziening in het rantsoen verhoogd door het toevoegen van onder andere koolzaad, vetten en meer zetmeel via mais.
Het voersaldo is goed, maar daar staat wel tegenover dat het ruw eiwit in het rantsoen opgelopen is naar 171 RE/kg ds in 2025. Dat ligt fors boven de streefwaarde van 151. “We gaan nu eerst aan de slag met het verhogen van het rendement, daarna gaan we het finetunen en kijken hoe we het ruw eiwitgehalte in het rantsoen weer kunnen verlagen, zonder in te leveren op een optimaal voersaldo.’’