Ruw eiwit in rantsoen Koeien en Kansen stijgt in 2025
In 2025 was het gemiddelde RE-gehalte in het rantsoen van de Koeien & Kansen-bedrijven 156 gram RE per kg droge stof (ds). Dit was 4 gram hoger dan in 2024. Door deze stijging werd het aangescherpte projectdoel van 151 gram RE/kg ds in 2025 niet gehaald.
Projectdoel 2025 weer aangescherpt
De verschillende sectorpartijen hebben gezamenlijk afgesproken om het gemiddelde RE-gehalte in het rantsoen van de Nederlandse melkveestapel terug te brengen naar maximaal 160 gram RE/kg ds in 2025 en 158 gram RE/kg ds in 2026. Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant met als doel de stikstofuitstoot via mest te verminderen. De overheid ondersteunt dit initiatief door middel van kennisdeling en communicatie over het verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen. In 2019 was het gemiddelde RE-gehalte in het rantsoen van de Nederlandse melkveestapel nog rond 167 gram RE/kg ds. Voor 2025 werd een daling naar ongeveer 157 gram RE/kg ds verwacht. (CBS-prognose, derde kwartaal 2025).
Binnen Koeien & Kansen is met de deelnemers afgesproken om een nog ambitieuzer doel na te streven. Dit doel is jaarlijks aangescherpt: van maximaal 155 gram RE/ kg ds in 2022, via 153 gram en 152 gram RE/kg ds in 2023 en 2024, naar maximaal 151 gram RE/kg ds in 2025.
Laag RE in dienst van lage ammoniakemissie
De doelstelling om het RE-gehalte in het rantsoen te verlagen, staat in dienst van het verminderen van de ammoniakemissie op de Koeien en Kansen-bedrijven. Hoe hoger het eiwitgehalte in het rantsoen, hoe hoger de stikstofexcretie en het N-gehalte van de opgeslagen en toegediende mest. Vooral op bedrijven met weinig weidegang en veel mest in de put is een laag RE-gehalte in het rantsoen belangrijk. Bedrijven met veel weidegang (zoals bedrijf 10 uit Figuur 1 die de koeien 5000 uur per jaar laat weiden) kunnen de ammoniakemissie ook met een hoger RE-gehalte beperken omdat urine en faeces gescheiden in de wei terecht komt. Daardoor is de ammoniakemissie ondanks een hoog RE-gehalte lager dan bij bedrijven waarop faeces en urine gemengd wordt bewaard en toegediend.
Hoger RE in 2025
In 2025 realiseerden de Koeien en Kansen-bedrijven gemiddeld een RE-gehalte in het rantsoen van 156 gram RE/kg ds. Figuur 1 laat zien dat het RE-gehalte hiermee hoger is dan in de twee jaren ervoor: het RE-gehalte ligt 4 gram RE/kg ds hoger dan in 2024 en 2 gram RE/kg ds hoger dan in 2023. In 2024 werd het doel van 152 gram RE/kg ds gemiddeld precies gehaald. In 2025 zitten de bedrijven 5 gram RE/kg ds boven het aangescherpte projectdoel van 2025 (151 gram RE/kg ds). Slechts 4 bedrijven haalden de doelstelling van maximaal 151 gram RE/kg ds. De meeste bedrijven zaten hier ruim boven. De bedrijven 7, 10, 12 en 14 hadden zelfs een RE-gehalte in het rantsoen dat 10 tot 20 gram RE/kg ds boven de doelstelling lag.
Het RE-gehalte in het rantsoen op De Marke was in 2025, net als het jaar ervoor, laag met 144 gram RE/kg ds. Daarmee behaalde het bedrijf de doelstelling ruimschoots. Dit lage niveau hangt samen met de rantsoensamenstelling: er worden relatief weinig grasproducten gevoerd (44% vers gras en graskuil, ten opzichte van 49% gemiddeld op de Koeien & Kansen-bedrijven), terwijl het aandeel overige ruwvoeders en bijproucten, zoals MKS, bierbostel en voerstro, hoger ligt (samen 13% tegenover 6% gemiddeld). Ook is de krachtvoergift lager (24% ten opzichte van 26% gemiddeld). Daarnaast bevatten de gevoerde producten op De Marke minder ruw eiwit dan gemiddeld. Het RE-gehalte van vers gras, graskuil en krachtvoer ligt respectievelijk 27, 9 en 14 gram RE/kg ds lager dan het gemiddelde. Alleen het RE-gehalte van natte bijproducten (zoals bierbostel) ligt met 16 gram RE/kg ds juist hoger.
Bedrijf 7 realiseerde in 2025 een RE-gehalte in het rantsoen van 171 gram RE/kg ds, 20 gram RE/kg hoger dan de doelstelling. Ten opzichte van het gemiddelde van Koeien & Kansen was het aandeel vers gras en graskuil 7% hoger, ook werden meer bijproducten (11% ten opzichte van 5% gemiddeld) en meer krachtvoer (29% ten opzichte van 26% gemiddeld) gevoerd. Er is in 2025 op dit bedrijf nauwelijks maïskuil gevoerd (1% van totale rantsoen ten opzichte van 20% gemiddeld). Wel is op dit bedrijf MKS als bijproduct gevoerd. De RE-gehalte van de gevoerde producten lagen op of onder het gemiddelde van Koeien en Kansen. Het hoge RE-gehalte van het totale rantsoen komt op bedrijf 7 dus volledig door het soort producten wat is gevoerd en niet door een hoger RE-gehalte van de producten. Al was er op dit bedrijf mogelijk nog wel ruimte om krachtvoer aan te voeren met een lager RE-gehalte.

Vergelijking met 2024
Het RE-gehalte in het rantsoen is in 2025 met gemiddeld 4 gram RE/kg ds gestegen ten opzichte van 2024. Deze toename is het gevolg van meerder factoren. Het meest opvallend is het hogere RE-gehalte van vers gras, dat steeg van gemiddeld 189 gram RE/kg ds in 2024 naar 205 gram RE/kg ds in 2025. Daarbij moet opgemerkt dat dit niveau niet uitzonderlijk hoog is: in 2019 en 2020 werd een hoger niveau gerealiseerd (maar lagen RE-doelen ook hoger). Wat verder opvalt is het aandeel krachtvoer in het rantsoen. Dit is toegenomen van 24% in 2024 naar 26% in 2025. De gehalten van de meeste gevoerde producten wijken in 2025 niet erg veel af van het jaar ervoor. Het RE-gehalte van krachtvoer steeg met 5 gram RE/kg ds beperkt. Globaal is de rantsoensamenstelling in 2025 ongeveer gelijk gebleven aan die van 2024, met soms een paar kleine verschillen. De RE-gehalten in producten die ieder minder dan 5% van het rantsoen uitmaken, zoals overig ruwvoer en natte bijproducten, daalden in 2025 met ongeveer 20 gram RE per kg ds fors ten opzichte van het jaar ervoor.
Landelijk streefwaarde wel gehaald
Met gemiddeld 156 gram RE/kg ds halen de Koeien & Kansen-bedrijven de landelijke streefwaarde uit het convenant (160 gram RE/kg ds in 2025) ruimschoots. Vier bedrijven zitten hier boven, de rest zit onder de landelijke streefwaarde. Volgens een prognose van het CBS lag het gemiddelde RE-gehalte van de Nederlandse melkveesector in 2025 rond hetzelfde niveau als dat van de Koeien & Kansen-bedrijven. Daarmee is ook landelijk de streefwaarde van 160 gram RE/kg ds ruimschoots gehaald.
Forse stap
Uit dit artikel blijkt dat er vier Koeien & Kansen-bedrijven (7, 10, 12 en 14) nog een forse verlaging van 10 tot 20 gram RE/kg ds moeten realiseren om de projectdoelstelling te halen. Van de landelijke streefwaarden zitten ze iets minder ver af. Bedrijf 7 laat zien dat gemiddeld lagere RE-gehalten van de gevoerde producten alleen geen garantie bieden voor een laag RE-gehalte in het rantsoen. Door een relatief hoog aandeel grasproducten en krachtvoer wordt het behalen van de doelstelling lastiger dan op de bedrijven die veel producten met een laag RE voeren (zoals maïs) en de krachtvoergift weten te beperken. Extra aandacht voor bemesting en aanvoer van eiwitarmer krachtvoer en bijproducten kunnen helpen om het RE-gehalte van het rantsoen te verlagen als er weinig sturingsmogelijkheden zijn met andere eiwitarme producten zoals maïskuil.
Dit artikel maakt deel uit van een serie waarin de KringloopWijzer-resultaten van Koeien & Kansen- deelnemers in 2025 worden belicht. In volgende artikelen wordt ook aandacht besteed aan onder andere ammoniakemissie, stikstofbodemoverschot, eiwit eigen land en broeikasgasemissies.