Rendement, emissies en diergezondheid in balans
Op het melkveebedrijf van Rijk en Linda Baltus in Middenmeer staat één vraag al jaren centraal: hoe ontwikkel je een toekomstbestendig melkveebedrijf dat economisch sterk blijft en tegelijkertijd voldoet aan de steeds strengere eisen rondom milieu, klimaat en dierwelzijn? Als deelnemer aan het project Koeien & Kansen zoeken zij dagelijks naar die balans.
De uitdagingen voor de melkveehouderij zijn groot. Lagere bemestingsnormen, fosfaat, ammoniakemissie, broeikasgassen en het produceren van meer eiwit van eigen land vragen allemaal om aandacht. Volgens Rijk en Linda bestaat de oplossing niet uit één maatregel, maar uit een samenhangende bedrijfsaanpak waarbij continu wordt gemeten, geëvalueerd en bijgestuurd.
Meten is weten
Op het bedrijf worden al meerdere jaren emissies in de stal gemonitord. Die real-time metingen leveren waardevolle inzichten op in de gemeten ammoniakuitstoot van de veestapel.
Waar de wettelijke ammoniakemissie voor deze stalcategorie is vastgesteld op 13,0 kilogram NH₃ per dierplaats per jaar, laten de gemeten resultaten op het bedrijf van Baltus een aanzienlijk lager niveau zien. Op bedrijf van Baltus zijn de ammoniakemissies lager, maar op andere bedrijven waar gemeten is laten resultaten juist zien dat de KringloopWijzer (KLW) de ammoniakemissie gemiddeld onderschat. Zie rapport Metingen en Modellen – Monitoring van ammoniakemissies uit de melkveehouderij
| NH₃-emissie per dierplaats | kg NH₃ per dierplaats |
| Wettelijke emissiefactor | 13,0 |
| Gemeten emissie 2026 (tot heden) | 8,5 |
| Verschil | -4,5 |
| Reductie ten opzichte van norm | -35% |

De praktijkmetingen laten zien dat de emissie gemiddeld ongeveer een derde lager ligt dan de wettelijke emissiefactor. In de meetgegevens zijn gedurende het jaar wel dagelijkse schommelingen zichtbaar, maar het gemiddelde blijft duidelijk onder de referentiewaarde
Schone vloeren als basis
Volgens Rijk en Linda zit de winst vooral in de dagelijkse bedrijfsvoering. Het emissie reducerende effect komt voort uit een combinatie van maatregelen.
Een belangrijke maatregel is het schoonhouden van het emitterende oppervlak in de stal. Vloeren worden frequent gereinigd met de mestrobot. Daarnaast houdt het sproeiwater het oppervlak schoon en vochtig. Ook het stalklimaat krijgt bewust aandacht. Zo wordt voorkomen dat er onnodig veel luchtstroming over mestoppervlakken ontstaat.
Daarnaast speelt voeding een belangrijke rol. Het rantsoen bevat de afgelopen jaren 150 tot 155 gram ruw eiwit (RE) per kilogram droge stof. Dit verbetert de stikstofbenutting en beperkt de hoeveelheid stikstof die beschikbaar is voor ammoniakvorming.
Dit resultaat bereiken ze zonder te sturen op de pH van de mest. Een maatregel waarvan bekend is dat deze aanvullend een emissiereducerend effect kan hebben.
Verder kijken dan de KringloopWijzer
De ervaringen op het bedrijf laten zien dat niet alle emissieverlagende maatregelen zichtbaar zijn in de KringloopWijzer.
“Wat we hier zien is dat de combinatie van goed bedrijfsmanagement en real-time emissiemetingen leidt tot inzichten die je met alleen modelberekeningen niet altijd krijgt,” is de conclusie die op het bedrijf wordt getrokken.
Juist de koppeling tussen managementmaatregelen en directe metingen maakt het mogelijk om het effect van kleine aanpassingen zichtbaar te maken. Daarmee ontstaat een continue verbetercyclus die verder gaat dan het afvinken van kengetallen.
Nieuwe dilemma’s rond dierwaardige veehouderij
Tegelijkertijd dienen zich nieuwe uitdagingen aan. De toekomstige eisen rondom dierwaardige veehouderij gaan uit van meer beschikbare ruimte per dier bij nieuwbouw. Vanuit welzijnsoogpunt wordt dat als een positieve ontwikkeling gezien.
Maar die extra ruimte brengt ook een nieuw vraagstuk met zich mee. Een groter vloeroppervlak betekent namelijk ook een groter potentieel emitterend oppervlak. Dat kan leiden tot hogere emissies wanneer geen aanvullende maatregelen worden genomen.
Voor melkveehouders ontstaat daarmee opnieuw een balansvraagstuk: hoe combineer je maximale aandacht voor dierwelzijn met minimale emissies?
Volgens Baltus ligt de oplossing opnieuw in slim stalmanagement, een goede dagelijkse bedrijfsvoering en het benutten van nieuwe technieken.
Emissiereductie en gezondheid versterken elkaar
Een interessant inzicht uit de praktijk is de relatie tussen emissiebeheersing en diergezondheid.
Een directe relatie tussen ammoniakemissie en de ontwikkeling van coli-bacteriën is voor zover bekend niet wetenschappelijk aangetoond. Wel kunnen beide problemen samenhangen met vervuilde oppervlakken en een hogere microbiële druk in de stal.
Door vloeren schoon te houden en emissies te beperken, werkt de veehouder dus aan schonere leefomgeving voor de dieren, wat kan leiden tot een lagere ziektedruk. Op het bedrijf van Rijk en Linda Baltus gaat deze aanpak samen met een positieve ontwikkeling van zowel koe- als kalfgezondheid.
De twee thema’s versterken elkaar daarmee in de praktijk. Wat begint als een maatregel voor emissiereductie, blijkt ook voordelen te kunnen bieden voor diergezondheid en welzijn.
Leren van de praktijk
Het bedrijf van Rijk en Linda Baltus laat zien dat emissiereductie niet uitsluitend afhankelijk is van technische innovaties. Juist de combinatie van vakmanschap, management, monitoring en continu bijsturen maakt het verschil.
Binnen Koeien & Kansen vormt het bedrijf daarmee een praktijkvoorbeeld van hoe melkveehouders kunnen werken aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering: economisch rendabel, gericht op diergezondheid én met aantoonbaar lagere emissies. Het is de vraag of dergelijke prestaties ook in de beoogde doelsturing en emissienormen van het ministerie LVVN zichtbaar worden.