Lastige zoektocht naar effectieve duurzaamheidsmaatregelen

In het project Koeien & Kansen werken de deelnemende bedrijven aan centrale thema’s zoals doelsturing, broeikasgassen, ammoniakreductie en circulariteit. Voor de invulling van deze thema’s zijn er bepaalde technische doelen opgesteld die bijdragen aan een efficiënte bedrijfsvoering en goede milieuprestaties. Naast de projectdoelen kunnen de bedrijven ook eigen bedrijfsdoelen stellen.  

In de afgelopen periode zijn er gesprekken met de deelnemers gevoerd, om inzicht te krijgen in maatregelen die ze nemen en hun houding ten aanzien van verschillende doelen. De conclusie is duidelijk: het is lastig om alle doelstellingen tegelijk voldoende aandacht te geven. Maatregelen kosten soms geld, het effect is niet altijd zeker en sommige maatregelen werken voor het ene doel positief maar voor het andere juist negatief.

Project en deelnemers

In 2024 kende het project Koeien en Kansen, naast proefbedrijf de Marke, 15 deelnemende bedrijven, waaronder één biologisch bedrijf. Eén deelnemer stopte in 2024 met zijn bedrijf. De bedrijven verschillen in grondsoort en intensiteit.

In tabel 1 staan de projectdoelen voor 2024 en 2025, inclusief het aantal bedrijven dat in 2024 het doel wel, bijna of niet haalde.
Het doel voor ammoniakemissie per hectare is vastgesteld op 18% onder het landelijk gemiddelde van 2018 en verschilt per bedrijf door variatie in intensiteit. Ook het stikstofbodemoverschot is afhankelijk van grondsoort en gewas. De overige doelen zijn uniform. Fosfaatoverschot was in 2024 nog geen KPI; in 2025 geldt hiervoor een doelstelling van ≤ 0.

Tabel 1: Projectdoelen Koeien en Kansen 2024- 2025 en het aantal bedrijven dat het doel in 2024 wel, bijna of niet heeft gehaald

Alle doelen gelijk halen blijkt lastig

Uit tabel 2 blijkt dat het een hele puzzel is om aan alle doelstellingen tegelijk te voldoen. In 2024 was er slechts één bedrijf dat alle KPI’s haalde, een knappe prestatie. Sommige bedrijven scoren goed op RE/kg ds en eiwit van eigen land, maar minder op bijvoorbeeld broeikasgassen. Vier bedrijven gebruikten een additief om methaanemissie te reduceren.

Tabel 2 : Aantal behaalde doelen per bedrijf (2024)

Inzichten uit voortgangsgesprekken

Om beter te begrijpen hoe deelnemers tegen de doelen aankijken en welke maatregelen zij nemen, zijn in 2025 voortgangsgesprekken gevoerd. De centrale vraag was: “Wat vindt u van de gestelde doelen en welke maatregelen neemt u?” De meeste bedrijven doen al jaren mee en zijn daardoor vaak efficiënter dan het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf. Het ‘laaghangende fruit’ is hierdoor grotendeels geplukt.

Wat vinden de deelnemers?

Ruw eiwit

Deelnemers sturen voor het op RE-gehalte in het rantsoen. Voor melkkoeien ligt dit vaak tussen 14 tot 15% RE /kg ds. Opvallend is dat hierbij vaak het ureum van de melk als sturingsgetal wordt gezien. Meestal streven de veehouders naar een ureum rond de 17, maar lager komt ook voor. De meeste deelnemers verwachten dat ze de doelstelling zullen halen, al geven sommige veehouders aan dat de huidige doelstelling wel zo’n beetje de ondergrens is.  

Eiwit van eigen land (en uit de buurt)

Het aandeel eigen eiwit hangt sterk samen met de hoeveelheid aangekocht (kracht)voer. Voor intensieve bedrijven is de 65%-doelstelling lastig te halen, tenzij er veel voer van dichtbij beschikbaar is. Aankoop van eiwitarme producten zoals snijmais telt door het volume toch zwaar mee.
Veel genoemde maatregelen zijn:

  • meer klaver in grasland,
  • betere benutting van (herfst)gras,
  • kalendermaaien,
  • minder jongvee aanhouden (één bedrijf).

Sommige bedrijven willen de voerefficiëntie verhogen richting 1,3–1,5 kg melk per kg ds.

Ammoniakemissie per ha

Als gevolg van afschaffing van derogatie en/of aanwijzen NV gebieden mag er minder drijfmest worden uitgereden. Hierdoor moet er meer mest worden afgezet en daalt de ammoniakemissie op de meeste bedrijven vaak automatisch. Op één bedrijf neemt de ammoniakemissie toe door uitbreiding van de veestapel. Het biologische bedrijf rijdt een deel van de mest bovengronds uit en komt daardoor iets boven de gestelde (lage) bedrijfsspecifieke norm. Door met tegenzin meer mest uit te rijden met de zodebemester wordt de doelstelling wel gehaald.

Een andere maatregelen is: mest verdunnen met water.

Reductie broeikasgassen

Het terugdringen van de broeikasgassen blijft voor veel bedrijven moeilijk. De meeste deelnemers zoeken naar producten met een lage EF voor methaan, maar de reductie is beperkt en leidt vaak tot hogere voerkosten. Vier bedrijven gebruiken het additief Bovear, doordat ze meedoen met een proef van hun melkverwerker.

Andere gekozen maatregelen zijn:

  • Maaien in een jonger stadium
  • Zetmeel verhogen in de snijmais
  • Vet voeren (niet voor alle bedrijven mogelijk, i.v.m. voorwaarden zuivelindustrie)
  • Verhogen van de levensduur, daardoor is er minder jongvee nodig
  • Verhogen melkproductie

Stikstof- en fosfaatbodemoverschot

Door lagere mestplaatsingsruimte en gerichtere kunstmesttoediening daalt het stikstofbodemoverschot. Sommige bedrijven merken wel dat lagere bemesting ook lagere opbrengsten geeft. Klaver wordt meer geteeld. Extra maatregelen zijn er nauwelijks.
Het fosfaatoverschot is op veel bedrijven al negatief

Verduurzamen vraagt om meer dan alleen maatregelen

De deelnemers aan het project Koeien & Kansen bedrijven werken al jaren aan verschillende thema’s, die bijdragen aan het verduurzamen van melkveehouderij. Uit de gesprekken kwam naar voren dat het economisch bedrijfsresultaat goed moet zijn.

Maatregelen mogen eigenlijk niet leiden tot lagere productie of gewasopbrengsten. Eén bedrijf kiest zelfs nadrukkelijk voor verhoging van de melkproductie. Hoewel 13 bedrijven meer dan 720 uur beweiden, is het totale aantal weide-uren dalend: weidegang wordt steeds vaker beperkt.

Veel veehouders vinden dat de resultaten uit het project meer benut moeten worden. Het halen van doelen of hoge scores op KPI’s zou volgens hen moeten leiden tot een financiële bonus of extra bemestingsruimte. Mogelijk kan doelsturing hier in de toekomst een rol in spelen; het vaststellen van doelen en het juiste ambitieniveau wordt daarbij cruciaal.

Contactpersoon: