Half om half fosfaatbemesting?
Wel of geen fosfaatkunstmest en hoeveel? Die vraag stelt Koeien & Kansen-melkveehouder Johan Dekker zichzelf. Kunnen we de bodemvoorraad nog uitmijnen of is het verstandig fosfaatkunstmest in te gaan zetten?
20 jaar derogatie
De hoogte van de vrijstelling voor de toepassing van meer dierlijke mest, waarvan we afgelopen 20 jaar gebruik hebben kunnen maken, de derogatie, was gericht op het realiseren van fosfaatevenwichtsbemesting. Fosfaatkunstmest is dan niet nodig. Vanaf 2014 was het gebruik van fosfaatkunstmest zelfs niet meer toegestaan bij deelname aan de derogatie.
Op het bedrijf van Johan Dekker is fosfaatevenwichtsbemesting in die periode van 20 jaar niet gerealiseerd. Kijken we naar de fosfaatbalans van de bodem over 2006-2025, dan zien we een gemiddelde onttrekking van 16 kg fosfaat per hectare.
De generieke norm van 250 kg N uit dierlijke mest voor klei was niet passend voor de Flevolandse grond. In combinatie met het gebruik van fosfaatkunstmest tot 2014 was de balans nog 0. Na het verbod op het gebruik van fosfaatkunstmest was er jaarlijks sprake van uitmijning.
Niet voor niets is in de BES-pilot (2020 – 2023) geprobeerd fosfaatevenwichtsbemesting te realiseren met meer dierlijke mest in plaats van kunstmest. Met een gemiddelde onttrekking en een overschot van -8 kg kwam dit bedrijf daar dicht bij in de buurt. In de afbouwjaren van de derogatie (2024-2025) liep negatieve overschot sterk op naar gemiddeld -79 kg.
Bemesten via de bek
In de afgelopen 10 jaren is in de voerstrategie ook bewust gekozen voor P-rijke bijproducten, wanneer dit kostprijs technisch paste. Het fosfaatgehalte in de mest is ook redelijk stabiel in de afgelopen 20 jaar.

P-gehalte gras
Ondanks het negatieve fosfaatbodemoverschot bleef het P-gehalte in het gras gemiddeld op peil. In het bemestingsadvies voor fosfaat zijn we uitgegaan van een minimale gewenste waarde van 3,5 gr P per kg ds. Een lagere waarde kost opbrengst. In 20 jaar derogatie is in twee jaar deze waarde niet gerealiseerd in de 1e en 2e snee, namelijk in 2019 en in 2022 respectievelijk 3,41 en 3,10 gram P per kg ds.
PAL-waarde
De PAL-waarde in de bodemanalyses van 2005 was gemiddeld 44. De fosfaatbeschikbaarheid (P-PAE) werd in 2005 niet bepaald. 20 jaar later is de PAL-waarde gezakt naar 38 met een P-PAE van 1,1. De fosfaatgebruiksnorm is in de 20 jaar gelijk gebleven met 95 kg fosfaat.
Half om half fosfaatbemesting?
De negatieve fosfaatbalans van gemiddeld -16 kg fosfaat per ha per jaar in 20 jaar derogatie is zichtbaar in de afname van de fosfaattoestand van de bodem. De PAL-waarde is gedaald met 6 punten. Om de verdere daling af te remmen of volledig te keren zal fosfaatkunstmest moeten worden ingezet. Ook gezien het feit dat de lagere P-gehalte in de 1e en 2e snee in de laatste jaren vaker voorkomt. En dat is nu ook weer mogelijk, omdat er geen derogatie meer is.
De vraag is nu hoe verder. Zonder derogatie geldt de gebruiksnorm van 170 kg N uit dierlijke mest per hectare. Daarmee wordt circa 60 kg fosfaat per hectare aangevoerd. Bij uitsluitend grasland bedraagt de onttrekking 120 kg fosfaat per hectare. Voor fosfaatevenwichtsbemesting is dus 60 kg fosfaat nodig uit kunstmest. Johan zijn bemestingsadviseur adviseert 40 kg fosfaat op 1e en 2e-jaars grasland in Flevoland voor de ontwikkeling van het wortelstelsel van jong grasland in wisselbouwsystemen. “Je moet het gras een goed bestek geven, om het fosfaat uit de bodem te halen,” aldus Gert Middelveld van Agritop. Concreet betekent dit dat 1/3 van het areaal bemest gaat worden met 40 kg fosfaat uit kunstmest. De overige 2/3 van het areaal krijgt vooralsnog geen fosfaatkunstmest.
Johan houdt de ontwikkeling nauwlettend in de gaten, maar voor nu deels nog de hand op de knip.