Ammoniakemissie Koeien en Kansen daalt gestaag door in 2025

De ammoniakemissie op de Koeien & Kansen-bedrijven kwam in 2025 gemiddeld uit op 53 kg NH3/ha. Dat is 0,8 kg NH3/ha lager dan in 2024. Sinds 2020 weten de Koeien & Kansen-bedrijven ieder jaar een lagere ammoniakemissie te realiseren. Ondanks deze daling is het projectdoel voor 2025 van gemiddeld 51,3 kg NH3 /ha, het gemiddelde van de individuele bedrijfsdoelen, nog niet gehaald.

Doelen voor 2025

De projectdoelen voor ammoniak zijn bij de Koeien & Kansen-bedrijven voor ieder bedrijf verschillend en hangen af van de intensiteit (kg melk per ha). De achtergrond hiervan is dat stalemissies een relatie hebben met het aantal dieren en veldemissies een relatie hebben met het aantal hectares. In Koeien & Kansen worden stal- en veldemissies samen tot 1 doelwaarde per hectare verwerkt waarbij een vergelijking tussen bedrijven met verschillende intensiteit mogelijk is. In Figuur 1 zijn de projectdoelen van 2025 voor de afzonderlijke bedrijven weergegeven met een rode horizontale streep. Na een aanscherping in 2023 zijn de doelen ook in 2025 gelijk gebleven aan de twee jaar ervoor. De doelen zijn gebaseerd op 18% reductie ten opzichte van het sectorgemiddelde in 2018. In 2025 was de doelstelling gemiddeld 51,3 kg NH3/ha voor de Koeien & Kansen-bedrijven.

Nieuw kengetal ammoniak

In de stikstofbrief van 26 juni 2026 van minister Van Essen wordt gesproken over een nieuwe emissienorm voor ammoniak per fosfaatrecht. In dit artikel wordt hier verder niet op in gegaan en beperken we ons tot de doelen van Koeien en Kansen. Meer informatie over die nieuwe stikstofnorm en de gevolgen van Koeien en Kansen is te vinden op Nieuwe emissienormen en een grondgebondenheidsnorm: waar staan de Koeien & Kansen-bedrijven?   – Koeien en Kansen

Weer lagere emissie

Figuur 1 laat zien dat de ammoniakemissie op de Koeien & Kansen-bedrijven in 2025 gemiddeld 53,0 kg NH3/ha is. Deze emissie is 0,8 kg NH3/ha lager dan het jaar ervoor. De daling van de ammoniakemissie die sinds 2020 op de Koeien & Kansen-bedrijven is ingezet, zet daarmee ook in 2025 door. Sinds 2020 is de gemiddelde ammoniakemissie met 15% gedaald, van 62,4 kg NH3/ha naar 53,0 kg NH3/ha. De grootst reductie is behaald bij veldemissies. Deze ammoniakemissie is sinds 2020 met 21% afgenomen. Door de afbouw van derogatie mag er de laatste jaren minder dierlijke mest op het land worden uitgereden. Op de Koeien & Kansen-bedrijven is de mestgift op productiegrasland is op de sinds 2020 met 13% afgenomen. Op maïsland is de toediening van dierlijke mest in 2025 zelfs 18% lager dan in 2020.

Ook de stalemissie van ammoniak is sinds 2020 gedaald met gemiddeld 8%. Dit komt voor een belangrijk deel door een lager RE-gehalte in het rantsoen:4 gram RE/kg ds lager dan in 2020. Daarnaast is intensiteit afgenomen van gemiddeld 20.700 kg melk/ha in 2020 naar gemiddeld 19.900 kg melk/ha in 2025. Daar komt nog bij dat de melk in 2025 met minder koeien per ha is geproduceerd: de melkproductie per koe nam toe met ruim 220 kg melk per koe ten opzichte van 2020. Per saldo daalde de BEX-excretie per ton melk in de laatste jaren met bijna 5%. De jongveebezetting is sinds 2020 niet veel veranderd. De ontwikkeling in de jongveebezetting heeft daarmee op deze bedrijven niet bijgedragen aan de daling van stalemissie van ammoniak.

Figuur 1: Ammoniakemissie per ha op Koeien & Kansen-bedrijven in 2023, 2024 en 2025 (alleen effect mest verdunnen bij toepassen sleepvoetenmachine of sleufkouter is meegerekend, bedrijven die dit in 2024 doen zijn met * gemarkeerd, bedrijven die in 2023 (deels) een emissiearme stal hebben zijn met # gemarkeerd).

Doel gemiddeld niet gehaald

Ondanks een lagere ammoniakemissie in 2025 is het gemiddelde doel van 51,3 kg NH3/ha op de Koeien & Kansen-bedrijven in 2025 nog niet gehaald. Dat blijkt ook uit de resultaten in Figuur 1. Er zijn echter 8 bedrijven die wel onder het individuele doel voor ammoniak blijven.

Opvallend is bedrijf 2 dat ruim 18 kg NH3/ha minder ammoniak uitstoot dan het bedrijfsdoel. Dit bedrijf heeft een emissiearme stal en een extensieve bedrijfsvoering met ongeveer 13.000 kg melk/ha. Voor deze lage intensiteit is het bedrijfsdoel gecorrigeerd. Bij een RE-gehalte in het rantsoen dat op een gemiddeld Koeien & Kansen-niveau ligt, realiseert bedrijf 2 een bijna 10 kg NH3/ha lagere stalemissie. De veldemissie ligt 8,5 kg NH3/ha lager dan gemiddeld. Dit komt omdat dit bedrijf minder drijfmest per ha toedient dan gemiddeld en de mest ook anders over de gewassen verdeeld. Op grasland bedraagt de drijfmestgift op bedrijf 2 gemiddeld 47 ton/ha, tegenover 61 ton/ha gemiddeld op de Koeien & Kansen-bedrijven. Op maïsland dient dit bedrijf 40 ton/ha toe door middel van diepe injectie van drijfmest, terwijl het gemiddelde van Koeien en Kansen op 30 ton/ha. Op bouwland dient bedrijf 2 gemiddeld 25 ton drijfmest/ha toe. De emissie van mest toedienen op bouwland is fors lager dan van zodemesten op grasland, vandaar dit bedrijf een lage veldemissie heeft

Ook bedrijf 10 realiseerde net als de bedrijven 2,3 en De Marke een lage ammoniakemissie per hectare, maar haalde in 2025 het bedrijfsdoel niet. Dit bedrijf heeft een lage intensiteit, vandaar dat de bedrijfsnorm voor ammoniak laag is. Op dit bedrijf wordt mest bovengronds uitgereden en weidt de voorjaarsafkalvende veestapel 5000 uur per jaar Door de grote hoeveelheid weidegras is lastig om het RE-gehalte in het rantsoen te bepalen. Hiermee kan de werkelijke emissie afwijken van de uitkomst in Figuur 1.

Bedrijf 13 realiseert daarentegen een bijna 25 kg NH3/ha hogere ammoniakemissie dan het bedrijfsdoel. De stalemissie is ongeveer 6 kg NH3/ha hoger dan gemiddeld op de Koeien & Kansen-bedrijven. Dit is opvallend, omdat het RE-gehalte in het rantsoen lager ligt en de melkproductie per hectare rond het gemiddelde Koeien & Kansen-bedrijven ligt. Het bedrijf heeft gemiddeld meer jongvee (+0,5 stuks per 10 melkkoeien), is intensiever (+ 1830 kg melk/ha) en is iets minder efficiënt (-0,03 kg melk/kg ds). Daarnaast houdt deze ondernemer de koeien het hele jaar op stal, wat leidt tot een hogere stalemissie.

Ook de veldemissie van bedrijf 13 ligt ruim 16 kg NH3/ha hoger dan gemiddeld, ondanks het verdund uitrijden van mest op grasland. Op bouwland wordt de mest echter bovengronds toegediend en in 1 werkgang ondergewerkt. De belangrijkste reden voor de hoge veldemissie is dat dit bedrijf geen beweiding toepast. Hierdoor wordt meer mest toegediend dan gemiddeld op de Koeien & Kansen-bedrijven. Ook wordt meer mest op grasland toegediend op dit bedrijf dat met 90% grasland ook een groter aandeel grasland heeft dan Koeien en Kansen gemiddeld (84%).

Verlagen emissie

Uit dit artikel komt naar voren dat bij de veldemissie de hoeveelheid toegediende mest een belangrijke rol speelt. Hoe meer de koeien weiden, hoe minder drijfmest hoeft worden uitgereden en hoe lager de veldemissie is. Ook speelt de manier van uitrijden een rol. De ver verschillen in emissiefactoren van toedieningsmethoden per gewassoort zijn echter beperkt door de wettelijke voorschriften voor het uitrijden van mest. Een grotere rol speelt de verdeling van mest over de gewassen.

Bij het uitrijden van mest op grasland is de ammoniakemissie hoger dan bij het uitrijden van mest op bouwland. Dit komt doordat de emissiefactoren voor bouwland lager zijn dan voor grasland: ongeveer 17% bij de meeste toedieningsmethoden op grasland tegenover ongeveer 2% bij de meeste methoden op bouwland. Uiteraard moet er op het bedrijf wel voldoende bouwland beschikbaar zijn om mest op toe te dienen. Daarom is het voor bedrijven met veel grasland ook lastiger om veldemissies te reduceren bij het toedienen van mest. Toch hebben ook deze bedrijven meestal nog wel mogelijkheden om de ammoniakemissie te verlagen, bijvoorbeeld door meer te gaan weiden.

Dit artikel laat zien dat er verschillende factoren een rol spelen bij de uitstoot van ammoniak. Een laag RE-gehalte in het rantsoen helpt bij verlagen van de ammoniakemissie, maar dat alleen is geen garantie voor een lagere ammoniakemissie. Voor het totaalbeeld spelen meerdere factoren een rol. Naast de hierboven genoemde effecten op veldemissie, zoals hoeveelheid mest, de mesttoediening en het bouwplan, kan een emissiearme stal helpen de stalemissie te verlagen. Ook het (langer)weiden van koeien kan de stalemissie verlagen. Daarnaast kunnen efficiënter voeren, minder jongvee en extensivering ook zorgen voor verlagen van de totale ammoniakemissie emissie per hectare.

Contactpersoon:

Vorige

Volgende