Kuil voldoende droog in voor meer DVE en minder OEB
Veel veehouders zijn al gestart met het inkuilen. Met de bemesting in het voorjaar is al een belangrijke basis gelegd voor de gewenste voederwaarde. Maar het inkuilproces bepaalt uiteindelijk of deze kwaliteit ook daadwerkelijk in de kuil én bij de koe terechtkomt. Besteed daarom voldoende aandacht aan het inkuilen. Wie het eiwit optimaal wil benutten, stuurt op een hoog DVE-gehalte en een beperkte OEB. Droog inkuilen helpt hierbij en streef naar een drogestofgehalte van circa 40%.
Uit recente studies van WUR en Eurofins blijkt dat een lager drogestofgehalte (nattere graskuil) samenhangt met een lager DVE-gehalte. In nattere kuilen gaan tijdens het fermentatieproces meer suikers verloren. Deze worden omgezet in melkzuur en azijnzuur, waardoor minder energie beschikbaar blijft voor de pensbacteriën. Dit resulteert in een lagere productie van microbieel eiwit in de pens.
Daarnaast wordt in nattere kuilen meer eiwit afgebroken tot ammoniak. Dit verhoogt de OEB en verlaagt het DVE-gehalte. Het gevolg is dat een groter deel van het eiwit verloren gaat in plaats van benut wordt door de koe.
Voordelen van een hoog DVE en lage OEB
Een rantsoen met veel DVE en weinig OEB zorgt voor een efficiëntere benutting van het geoogste eiwit. Dit betekent dat meer eiwit beschikbaar komt voor melkproductie. Het is daarbij wel belangrijk om het totale rantsoen hierop af te stemmen. Bij een hoog DVE-gehalte in het ruwvoer kan vaak worden volstaan met minder of eiwitarmer krachtvoer, wat kosten bespaart.
Minder stikstofverliezen en lager melkureum
Een betere eiwitbenutting leidt tot minder stikstof in de urine en daarmee tot lagere verliezen naar het milieu. Dit is vaak terug te zien in een lager ureumgehalte in de tankmelk, een praktische indicator voor de stikstofuitscheiding.
Zichtbaar in de KringloopWijzer
Met goed management draagt een graskuil met een hoog DVE-gehalte bij aan een efficiënte stikstofbenutting. Hierdoor kan de stikstofinput via voeding worden beperkt. In de KringloopWijzer vertaalt zich dit in een lager RE-gehalte (ruw eiwit) in het rantsoen en uiteindelijk in een lagere ammoniakemissie.

Over de KringloopWijzer
De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.