Sturen op laag stikstofbodemoverschot

Het stikstofbodemoverschot is één van de belangrijkste kengetallen in de KringloopWijzer. Het getal zegt iets over de benutting van de stikstofaanvoer naar de bodem. Is het overschot laag? Dan heeft het gewas de stikstof goed opgenomen, blijft de stikstof binnen de kringloop van het bedrijf en is het risico op uitspoeling van de stikstof naar het grond- en oppervlaktewater kleiner. Met steeds scherpere gebruiksnormen is dat belangrijker dan ooit.

Wat is stikstofbodemoverschot?

Het stikstofbodemoverschot is het verschil tussen aan- en afvoer van stikstof naar de bodem. Aanvoer met (kunst)meststoffen, depositie, stikstofbinding vlinderbloemigen en mineralisatie van organische stof. De afvoer is de opbrengst van de geoogste gewassen.
Het overschot is de stikstof die niet door het gewas is opgenomen. Dit bestaat uit de voorraadverandering in de bodem, de emissie van lachgas, de uitspoeling van nitraat en overige stikstofverliezen. Hoe hoger de gewasopbrengsten, hoe meer stikstof wordt afgevoerd en benut.

Benut groeiomstandigheden optimaal

De gewasopbrengst en daarmee de stikstofbenutting hangt sterk samen met de groeiomstandigheden. Op droge zandgronden is vocht vaak de beperkende factor. Beregenen, waar mogelijk, kan helpen om de meststoffen beter te benutten. Ook het nemen van bodemmaatregelen die de bodemstructuur en het vochtvasthoudend vermogen verbeteren, verhogen eveneens de opname. Toch blijft de bemesting de belangrijkste sleutel om het bodemoverschot te verlagen.

Slim bemesten zorgt voor lager overschot

• Dierlijke mest

Bemesting bestaat uit dierlijke mest, waaronder weidemest, en kunstmest. Dierlijke mest die je in het voorjaar toedient, wordt beter benut dan de dierlijke mest die in juli of augustus wordt uitgereden. Stem de verdeling van de dierlijke mest over het jaar hierop af. Voldoende mestopslag is daarbij een voorwaarde. Het geeft de flexibiliteit om mest op het juiste moment toe te dienen en zo de benutting te verhogen.

• Kunstmest

Kunstmest is een aanvulling op dierlijke mest. Geef de kunstmest alleen als je weet dat deze goed benut kan worden.

Voldoende vocht en goede groeiomstandigheden verhogen de benutting. Door bewust te kiezen wanneer, waar en hoeveel kunstmest je toedient, kun je gericht sturen op stikstofbodemoverschot.
Geef geen kunstmest tijdens een droge periode. Wacht na droogte met het strooien van kunstmest tot het gras weer gaat groeien. Werk vervolgens met kleine giften, zodat je zeker weet dat de stikstof optimaal benut wordt. Bij grote giften wordt het eerste deel vaak efficiënt opgenomen, maar de laatste kilo’s worden mogelijk minder goed benut en verhogen het stikstofbodemoverschot.

Het stikstofbodemoverschot is voor een groot deel het gevolg van bemestingskeuzes. Maak daarom bewuste keuzes en bemest slim.


Over de KringloopWijzer

De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.

Contactpersoon: