Stikstofbodemoverschot, basis voor bedrijfsspecifieke stikstofbemesting
Een jaar geleden berichtten we al over de bedrijfsspecifieke stikstof- en fosfaatbemesting op de Koeien & Kansen-bedrijven. Voor stikstof is inmiddels een eerste uitwerking beschikbaar. Net als binnen de Bedrijfsspecifieke Excretie Stikstof (BES) willen we gaan sturen op een toelaatbaar stikstofbodemoverschot. Anders dan bij de BES proberen we dit zo goed mogelijk te koppelen aan doelen voor de waterkwaliteit.
Het stikstofbodemoverschot kan worden gezien als een afgeleide indicator voor potentiële stikstofverliezen naar grond- en oppervlaktewater. Afhankelijk van de situatie spoelt slechts een deel van dit overschot daadwerkelijk uit. Welk deel dat is, hangt onder andere af van het grondgebruik (grasland of bouwland), de grondsoort en de grondwaterstand.
Het risico op stikstofuitspoeling is hoger op bouwland dan op grasland. Daarnaast neemt het risico doorgaans toe in de volgorde: veen, klei, nat zand, löss en droog zand. Ook neemt het risico toe naarmate de grondwaterstand dieper is. Deze verschillen hangen samen met variatie in denitrificatie: de omzetting van nitraat in gasvormige stikstofverbindingen.

De Marke onder de norm
In eerste instantie is gekeken naar de norm voor grondwaterkwaliteit van 50 mg nitraat per liter. Vanuit het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) zijn relaties afgeleid tussen het stikstofbodemoverschot en het gemeten nitraatgehalte in het grondwater. Op basis daarvan kan worden teruggerekend welk stikstofbodemoverschot past bij het gewenste nitraatgehalte.
Voor proefbedrijf De Marke, gelegen op droge zandgrond, is een eerste berekening uitgevoerd. Per perceel is op basis van grondgebruik en grondwatertrap een toelaatbaar stikstofbodemoverschot bepaald. Voor grasland kwam dit uit op circa 135 kg stikstof per hectare en voor bouwland op ruim 55 kg per hectare. Op bedrijfsniveau betekende dit een norm van ruim 100 kg stikstof per hectare.
De Marke realiseerde in de afgelopen drie jaar een gemiddeld stikstofbodemoverschot van circa 95 kg stikstof per hectare en blijft daarmee onder de berekende norm.
Deze berekeningswijze zal ook worden toegepast op de Koeien & Kansen-bedrijven. Anders dan bij de BES kan de bedrijfsspecifieke invulling hierbij niet plaatsvinden met dierlijke mest, maar uitsluitend met kunstmest. Omdat het gebruik van dierlijke mest op veel bedrijven populairder is dan het gebruik van kunstmest, willen we ook nagaan in hoeverre de bedrijfsspecifieke stikstofruimte daadwerkelijk wordt benut.