Wat is het effect van emissiearm bemesten op bedrijfsniveau?

Op een melkveebedrijf komt ammoniak niet alleen vrij bij mesttoediening, maar ook uit de stal, tijdens beweiding en uit gewasresten. Binnen het project Bemest op z’n Best is gewerkt aan nieuwe toedieningstechnieken die ammoniakemissie bij mesttoediening op grasland met 50% kunnen verlagen ten opzichte van de huidige niveaus. Maar wat betekent zo’n halvering voor de totale bedrijfsuitstoot? In dit artikel belichten we resultaten van berekeningen voor alle Koeien & Kansen-deelnemers op basis van hun bedrijfsgegevens uit 2024. 

Invloedsfactoren op bedrijfsemissie

De melkveehouderij streeft al lang naar reductie van ammoniakemissie. Een lagere emissie leidt immers tot een betere stikstofbenutting bij de productie van melk en vlees, en tot minder belasting van kwetsbare natuur.

Dat de ammoniakemissie op bedrijfsniveau verschilt tussen bedrijven is goed verklaarbaar. Factoren zoals melkproductie per hectare, eiwitgehalte (RE) in het rantsoen, het aandeel gras in het bouwplan, beweiding en mestgift, de ammoniakemissie van de bedrijven beïnvloeden de ammoniakemissie (Tabel 1).

Tabel 1. Totale ammoniakemissie per bedrijf, bedrijfskenmerken en het effect van halvering van de veldemissie bij mesttoediening op grasland (Koeien & Kansen, 2024). 

Effect halvering veldemissie

Tabel 1 en figuur 1 tonen het reductie-effect op de ammoniakemissie op bedrijfsniveau van halvering van de ammoniakuitstoot bij mesttoediening op grasland. Hoewel de emissie op bedrijfsniveau duidelijk afneemt (zie de vergelijking in de laatste twee kolommen in tabel 1), blijft een aanzienlijke ‘restemissie’ over. Deze restemissie is in absolute waarde hoger bij intensieve bedrijven (tabel 1, rechterkolom).

Op intensieve bedrijven met veel dieren en weinig grond is de mestproductie per hectare hoog en vindt een groot deel van de emissie in de stal plaats.  De bemesting van eigen grond is begrensd door gebruiksnormen. Dit betekent dat op intensieve bedrijven relatief een hogere ammoniakemissie uit de stal optreedt in vergelijking met de emissie door bemesting. Een verlaging van de stalemissie door stalmaatregelen weegt daarom op intensieve bedrijven zwaarder mee ten opzichte van de totale bedrijfsemissie. Bij extensieve bedrijven daarentegen draagt een verlaging van de ammoniakemissie bij mesttoediening op het land juist relatief zwaar mee bij aan de reductie van de totale emissie.

Figuur 1: Reductie van de bedrijfsemissie door halvering van de ammoniakemissie bij graslandbemesting, berekend voor Koeien & Kansen-deelnemers 2024.

Effect op beschikbare stikstof voor gewas

Een lagere ammoniakemissie betekent dat meer stikstof uit de mest in de bodem komt en beschikbaar is voor het gewas. Deze extra beschikbare stikstof kan de melkveehouder benutten door het kunstmestgebruik te verlagen zonder in te leveren op grasopbrengst. Daarnaast kan de stikstof worden verzilverd in de vorm van hogere gras opbrengst of een hoger RE-gehalte in het gras.

Het voorkomen van ammoniakverlies levert daarmee een direct winst op voor zowel de melkveehouder als het milieu.


 

Contactpersoon: